iFotograferen

Woensdag 4/11 1. Een foto wordt zorgvuldig samengesteld. Wie waar op de foto staat, doet er immers toe. En ook hoe je erop staat, is belangrijk. Dus iedereen poseert en dan wordt er cheese of kèès of spaghettiiii gezegd en… “klik” het is gebeurd. Het plaatje wordt dan door een onbewust, doch zorgvuldig geselecteerd panel beoordeeld en heel vaak moet het toch nog eens opnieuw gedaan worden. Het proces begint opnieuw van voor af aan, maar Jeanne moet wel wat meer naar voor komen en Juul kan beter op de achterste rij gaan staan, want dat is ‘ne grote. En nu: lachen! Meestal leidt de tweede poging wel tot succes en dat wordt dan besloten met: “ge stuurt hem maar door, hè” waarop de andere antwoordt: “Als ge me nog eens uitlegt hoe dat moet.” Zijn hier jongeren, ouderen aan de slag of is het de tussengeneratie?
2. Ze willen niet zelf op een foto staan, tenzij ze er een rare bek op mogen trekken. Getuite lippen schalen ze daarbij als “cool” in en noemen dat een duck face. Ze maken eindeloos veel foto’s, maar die zijn vrij waardeloos. Eens bekeken, kunnen ze even goed in de vuilbak belanden. Onbelangrijke dingen vormen vaak het thema. Zo moet op restaurant een bord vol eten voor de eeuwigheid vastgelegd worden, maar wie er allemaal mee aan tafel zit, vormt geen belang. Ondertussen is het portret van dat voedselkliekje al verstuurd naar het vriendenkliekje, zodat die van op een afstandje mee kunnen watertanden… Jong, oud of ertussen?
3. Ze maken voornamelijk relevante foto’s: uitzichten, portretten, bezigheden, activiteiten, curiositeiten… Ze hebben graag vrienden en familie op de foto, want dan hebben ze tastbare herinneringen. Ze houden van vakantiekiekjes, feestjesfoto’s, weekendtripplaatjes… Thuis stellen ze er een foto-album mee samen achter hun computer en daar staat ook wel eens een foto van een lekker gerecht tussen. Oud of jong of vallen ze ertussen?
Heel leuk wordt het wanneer er generatie-overschrijdend een groepsfoto wordt gemaakt. Van wie zou dat idee toch komen? Op de foto haal je ze er gemakkelijk uit. Twee generaties staan er (glim)lachend op. De andere groep kijkt boos, want het duurt te lang en ze snappen niet waarom dit gedaan wordt. Foto’s dienen toch voor het hier en nu, om vrienden jaloers te maken bijvoorbeeld. Ondertussen volgend intergenerationeel gesprek:
“Stuur je me de foto door”
“Is goed. Zal ik hem whatsappen of airdroppen?”“Watte?”
Jan Verheyen
Bijna 317.000 motoren in Vlaams Gewest

Woensdag 4/11
Het Vlaamse Gewest telde in 2026 in absolute aantallen meer ingeschreven motoren dan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het Waalse Gewest.
In verhouding tot het inwonersaantal lag het aantal motoren het hoogst in het Waalse Gewest, met 56 motoren per 1.000 inwoners.
In het Vlaamse Gewest ging het om 46 motoren per 1.000 inwoners. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest waren dat er 28 per 1.000 inwoners.
Iemand van het bed op het stro helpen

Dinsdag 3/11
Werd het bedlinnen met lijkvocht besmeurd, dan zou, zo was de gedachte, de ‘dode ziel’ zich aan het bed hechten en zou de slaapplek voor een ander onbruikbaar worden. Met lijkvocht besmeurd stro werd overigens zo snel mogelijk verbrand.
Toen begrafenisrituelen evolueerden, bleef het gebruik van stro, zij het in aangepaste vorm, bestaan. Families die het minder breed hadden, vervoerden de overledene met paard en een eenvoudige boerenkar naar de kerk. In bepaalde streken was het daarbij gebruikelijk om drie strobundels onder de kist te leggen. Op de hobbelige zandwegen zorgden die allicht ook voor enige schokdemping. Op een vaste plek hield de rouwstoet halt. Daar werden de bundels van onder de kist gehaald en verbrand of gewoon achtergelaten om te vergaan. Tot in de 20ste eeuw bleef dat gebruik bestaan.
Al ruim vijf eeuwen geleden stond stro bij overlijdens symbool voor de menselijke vergankelijkheid. De laatste vier regels van een bewaard gebleven religieus lied uit die tijd luiden:
Een kistje met een strooien band,
Zo gaan we samen naar het andere land.
In 't andere land is het beter dan hier.
Daar zingen de engelen van tierelierelier.
De strooien band waar de anonieme bedenker het over heeft, werd als symbool voor de menselijke vergankelijkheid rond de kist geknoopt.
Van de vier liedregels hierboven is op het internet onder de titel Lijkstro een andere versie terug te vinden. Volgens de bijbehorende uitleg zou die te linken zijn aan een oud Zeeuws gebruik om doden in lichte, met stro beklede bootjes te leggen, ze een eind de zee op te roeien en daar in brand te steken.
Iets vergelijkbaars, maar dan veel spectaculairder, zie je in de allerlaatste scène van de film First Knight (1995). Na een groots gevecht met zijn aartsvijand Malagant overlijdt koning Arthur (gespeeld door Sean Connery) aan zijn verwondingen. Zijn lichaam wordt op een brandstapel op een majestueus vlot opgebaard. Langzaam drijft het vlot het water op. Als het op een respectabele afstand van de oever is, schiet Lancelot, Arthurs favoriete ridder (vertolkt door Richard Gere), feilloos (uiteraard...) een brandende pijl naar het vlot. Die ontsteekt de brandstapel waarop Arthur opgebaard ligt.
Leuk en aardig allebei, dat wel, maar evenzeer jammer en helaas. Een sober Zeeuws gebruik en een spectaculaire Hollywoodscène? Allebei mythes, verhalen waarvoor geen harde historische bewijzen bestaan. Ze lijken bovendien allebei voort te komen uit de mythe dat de Vikingen hun overleden leiders op een boot opbaarden, waarna dat schip op zee met brandende pijlen in brand werd geschoten.
Maar verzonnen of niet, ontspannen, Bierchen oder Weinchen dabei, doen dit soort verhalen en films ons bij tijd en wijle uiteindelijk wel.
Jef Vanbussel
Foto hierboven: Begrafenis met paard en boerenkar, een oud gebruik in een stijlvol nieuw jasje.
(Foto: eenstijlvolleuitvaart.nl)
Bronnen: Heemkundekring Heel, Wikipedia en Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.