Nieuws Bocholt
Tussen Heide en Garnizoen (1): Kamp Beverlo

Zondag 23/8
Leopold I legde op 21 juli 1831 de eed af als eerste koning der Belgen. Nauwelijks twee weken later, op 2 augustus, vielen Nederlandse troepen België binnen. De Tiendaagse Veldtocht maakte pijnlijk duidelijk dat het jonge land zijn leger beter moest organiseren.
Er werden verschillende grote observatie- en oefenkampen ingericht. Diest bleek daarbij minder geschikt: er was onvoldoende plaats, de inkwartiering was duur en ook de bevoorrading leverde problemen op.
Een enorme lege heide
De blik viel vervolgens op de streek van het huidige Leopoldsburg, Hechtel en Eksel. Daar strekte zich een enorme heidevlakte uit. De gronden waren goedkoop en grotendeels eigendom van de gemeenten. Van Leopoldsburg was op dat ogenblik nog geen sprake.
Voor de inrichting van het kamp werd kapitein Renard aangeduid. Een van de eerste gebouwen was een verblijf voor koning Leopold I. Rond dat centrale punt werd volgens Bogaert een cirkel met een straal van ongeveer één kilometer getrokken, waarbinnen het kamp verder werd uitgebouwd.
Wie vandaag de bosrijke omgeving van Leopoldsburg kent, kan zich het landschap van toen moeilijk voorstellen. "Er was geen enkele boom", vertelde Bogaert. Het gebied bestond voornamelijk uit heide en lage begroeiing. De bomen kwamen er later, mede door toedoen van het leger.
Het eerste kamp bestond hoofdzakelijk uit tenten en strooien barakken. Zand, wind en erosie zorgden daarbij voor heel wat ongemakken.
Op 1 augustus 1835 was het kamp klaar en konden de eerste manoeuvres beginnen.
Hendrik Conscience was erbij
Onder de militairen die in die beginperiode in Kamp Beverlo verbleven, bevond zich een naam die later tot het collectieve Vlaamse geheugen zou behoren: Hendrik Conscience. De schrijver van onder meer De Leeuw van Vlaanderen diende in zijn jonge jaren in het leger en maakte de begindagen van het kamp mee.
Volgens Bogaert zag Conscience er ook het koninklijke paviljoen. Zijn ervaringen in de militaire omgeving vonden later hun weg naar zijn literaire werk.
Vanaf 1837 begon het voorlopige tentenkamp steeds meer het uitzicht van een permanente militaire vestiging te krijgen. Er kwamen grote barakken en voorzieningen voor onder meer medische verzorging.
Het kamp werd een magneet
De aanwezigheid van duizenden militairen zorgde voor economische bedrijvigheid. Waar soldaten zijn, zijn immers ook voedsel, logement, handel, ambachtslieden en allerlei diensten nodig.
Het kamp werkte volgens Bogaert als "een magneet". Mensen kwamen naar de streek om er hun brood te verdienen en vestigden zich in de onmiddellijke omgeving. Zo ontstond geleidelijk een burgerlijke nederzetting naast het militaire kamp.
Die ontwikkeling leidde uiteindelijk tot het ontstaan van een nieuwe gemeente. In 1850 woonden er al ruim 700 mensen. Op 6 juli 1850 kreeg de nederzetting officieel de naam Bourg-Léopold, het latere Leopoldsburg.
Het militaire kamp was dus niet zomaar een buur van Leopoldsburg: zonder het kamp zou Leopoldsburg in zijn huidige vorm wellicht nooit zijn ontstaan.
Van stro naar baksteen
Intussen was ook de internationale situatie veranderd. Nederland had zich in 1839 definitief bij de Belgische onafhankelijkheid neergelegd. Het oorspronkelijke doel van de observatiekampen verdween daardoor grotendeels.
Maar Kamp Beverlo werd niet opgedoekt. Integendeel: België besloot er een permanent militair centrum van te maken.
Vanaf het midden van de 19de eeuw werden de eenvoudige barakken vervangen of aangevuld door stenen gebouwen. Er verschenen onder meer infanteriegebouwen, een militair hospitaal en een militaire bakkerij.
Een deel van dat erfgoed is vandaag verdwenen, maar enkele gebouwen herinneren nog aan die periode.
Een Belgische keizerin in Mexico
Bogaert stond ook stil bij een opvallend monument in Leopoldsburg: de herinnering aan de Belgische militaire expeditie naar Mexico.
Charlotte, dochter van Leopold I, huwde met Maximiliaan van Oostenrijk. Toen Maximiliaan keizer van Mexico werd, werd Charlotte daardoor keizerin. Het keizerlijke avontuur draaide echter uit op een drama. Belgische militairen trokken naar Mexico om het regime te ondersteunen, maar uiteindelijk stortte het keizerrijk in. Maximiliaan werd in 1867 geëxecuteerd. Aan de expeditie herinnert in Leopoldsburg nog altijd een monument aan de Hechtelsesteenweg.
Een ander bekend monument is het standbeeld van generaal Pierre Chazal, die onder meer tweemaal minister van Oorlog was. Het beeld werd in 1908 opgericht en doorstond beide wereldoorlogen.
1913: een cruciaal jaar
Volgens Bogaert was 1913 een bijzonder belangrijk jaar voor Kamp Beverlo. De internationale spanningen namen toe en België investeerde fors in zijn leger.
Ook in Beverlo werd in snel tempo gebouwd. Het kamp was daardoor bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog moderner dan ooit.
Op 4 augustus 1914 vielen de Duitse troepen België binnen. Zij kregen in Leopoldsburg een groot militair complex in handen waarvan sommige gebouwen nauwelijks voltooid waren.
Tijdens de Duitse bezetting werd Kamp Beverlo intensief gebruikt. Vanaf 1916 werden er ook Russische krijgsgevangenen ondergebracht.
Tanks en 115 kilometer smalspoor
Na de Eerste Wereldoorlog volgde opnieuw een belangrijke bloeiperiode. Het Belgische leger moderniseerde en Kamp Beverlo speelde daarin een centrale rol.
De eerste tanks verschenen op het terrein. Daarnaast werd een indrukwekkend netwerk van smalspoor aangelegd. Volgens Bogaert ging het uiteindelijk om ongeveer 115 kilometer spoor.
Daarvoor werd onder meer Duits spoorwegmateriaal gebruikt dat België na de Eerste Wereldoorlog in handen had gekregen. Wissels, draaiplaten en andere onderdelen kregen zo een tweede leven op de Kempense militaire terreinen.
Het kamp dat in 1835 nog uit tenten en strooien barakken bestond, was daarmee in minder dan een eeuw uitgegroeid tot een omvangrijk en modern militair complex.
Maar amper twee decennia later zouden opnieuw Duitse militairen door de poorten van Kamp Beverlo trekken.
Morgen in deel 2: de Duitse bezetting, het bombardement op Kamp Beverlo, duizenden geïnterneerden na de oorlog en de opmerkelijke militaire geschiedenis van Kaulille.
Van legerkamp naar opvang en weer terug

Zaterdag 22/8
Militaire sites ontstaan niet toevallig. Ze zijn het antwoord op de internationale situatie van hun tijd. Wanneer de dreiging toeneemt, worden kazernes gebouwd, oefenterreinen uitgebreid en militaire infrastructuur uitgebouwd. Verandert de geopolitieke situatie, dan volgt vaak het omgekeerde. Terreinen worden verkleind, kazernes gesloten of krijgen een andere bestemming.
Van militair terrein naar opvanglocatie
Op verschillende plaatsen in de verhalen die vrijdag werden verteld, kwam vervolgens een opmerkelijke tussentijdse bestemming terug: opvang. Sites die ooit waren ingericht voor militairen, kregen na de afbouw van de militaire activiteiten een maatschappelijke functie, onder meer voor de opvang van asielzoekers.
Daarmee veranderde niet alleen de bestemming van de gebouwen en terreinen, maar ook de betekenis ervan voor de lokale bevolking. Een kazerne of legerkamp dat decennialang verbonden was met soldaten en oefeningen, werd plots een plaats waar mensen terechtkwamen die op de vlucht waren voor oorlog en geweld.
En vandaag lijkt de geschiedenis opnieuw een andere richting uit te bewegen.
De slinger beweegt opnieuw
Door de oorlog in Oekraïne, de toenemende internationale spanningen en de gewijzigde veiligheidscontext wordt opnieuw geïnvesteerd in defensie. Militaire oefenterreinen komen weer nadrukkelijk in beeld, infrastructuur wordt uitgebreid en voormalige militaire sites krijgen opnieuw aandacht.
Dat maakt de geschiedenis die tijdens het symposium werd verteld bijzonder actueel. De militaire aanwezigheid in de grensstreek blijkt geen afgesloten hoofdstuk, maar eerder een geschiedenis die in beweging blijft.
Van de opbouw van militaire sites, over de wereldconflicten en de daaropvolgende afbouw, via nieuwe maatschappelijke bestemmingen zoals opvang, naar een hernieuwde uitbouw van militaire activiteiten: die beweging vormt de rode draad door verschillende van de vier verhalen die vrijdag in Bocholt werden gebracht.
De komende dagen brengen we op Internetgazet Bocholt elk van de vier bijdragen afzonderlijk. We bekijken daarbij telkens niet alleen wat er op de betreffende militaire site gebeurde, maar ook hoe die geschiedenis past binnen de bredere ontwikkeling van de grensstreek.
Want de vraag die zich na deze symposiumdag opdringt, is misschien wel: hoe ziet de volgende fase eruit voor plaatsen die hun geschiedenis telkens opnieuw aan de veranderende wereld hebben moeten aanpassen?
Het symposium werd georganiseerd door De Aldenborgh Weert, kring Weert van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap en de heemkundevereniging van Bocholt.
OKRA Reppel fietst 108 kilometer naar Valkenburg

Vrijdag 21/8 Elf fietsers van OKRA Reppel trokken dinsdag richting Valkenburg. Door de regen werd het vertrek met een halfuur uitgesteld, maar dat hield de groep niet tegen om de tocht van 108 kilometer aan te vatten.
Onderweg maakten de fietsers een tussenstop aan de brug van Kotem. Daar staat sinds 1977 een Buffalo Mark IV als herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Het militaire voertuig werd destijds uit de Maas gehaald en kreeg er een permanente plaats.
In Valkenburg bezocht de groep de historische Geulpoort en genoot ze van de omgeving en de gezellige sfeer in de stad. Ondanks de natte start kijkt OKRA Reppel terug op een mooie en aangename fietsdag.
(Jos Vrolix)
Custom Brews bracht autowereld naar Bocholt

Donderdag 20/8 Het centrum van Bocholt stond zondag 16 augustus helemaal in het teken van Custom Brews, een uniek automotive evenement in de schaduw van Brouwerij Martens. De naam van het evenement was dan ook een duidelijke knipoog naar de bekende Bocholter brouwerij.
Tussen de terrasjes kregen bezoekers een bijzonder gevarieerde mix uit de autowereld voorgeschoteld. Oldtimers, motoren, trucks, muscle cars, custom cars en opvallend gemodificeerde wagens stonden er zij aan zij te pronken.
Naast al dat blinkende geweld was er ook heel wat randanimatie. Een live-dj zorgde voor de muziek, terwijl foodtrucks en verschillende shops het aanbod aanvulden. Ook aan de jongste bezoekers was gedacht met kinderanimatie.
Een van de blikvangers was de Carpet Show, waarbij geselecteerde voertuigen extra in de schijnwerpers werden gezet. Daarnaast was er een Top 20 voor de meest opvallende deelnemers. Op de Facebookpagina van de gemeente Bocholt kan je een uitgebreid
foto-album van het evenement bekijken.
Gratis nachtbussen naar Bocholt na Pukkelpop

Woensdag 19/8 Wie dit weekend naar Pukkelpop trekt - dat gaat door van 20 tot en met 23 augustus -, kan ook dit jaar na elke festivaldag gratis met de nachtbus naar huis. Dankzij de samenwerking tussen de Provincie Limburg, De Lijn en de deelnemende steden en gemeenten kunnen festivalgangers met een PKP26-polsbandje kosteloos gebruikmaken van de speciale nachtbussen.
Voor Bocholt neem je nachtlijn 48/486 (Hasselt-Peer-Bocholt-Kaulille).
De nachtbussen vertrekken telkens om 2.30 uur vanaf de festivalsite, in de nachten van 21, 22 en 23 augustus.
Festivalgangers doen er goed aan vooraf na te kijken welke nachtlijn ze moeten nemen en de meest recente dienstregeling te raadplegen via De Lijn. Zo kan iedereen na een dag vol muziek veilig en zorgeloos weer thuis geraken.
Twee eeuwen militair verleden in de grensstreek

Dinsdag 18/8 Op vrijdag 21 augustus vindt in het Parochiehuis van Bocholt het symposium ‘Tussen Heide en Garnizoen’ plaats. Vier deskundigen belichten er twee eeuwen militaire geschiedenis in de Limburgs-Brabantse grensstreek, van kazernes en oefenterreinen tot kampen en vliegbases.
De militaire aanwezigheid heeft in deze regio niet alleen de geschiedenis, maar ook het landschap en het dagelijkse leven sterk beïnvloed. Tijdens het symposium komen onder meer Kamp Beverlo in Leopoldsburg, de ontwikkeling van Weert als garnizoensstad, de kazerne van Kaulille en de Duitse legerplaats in Budel aan bod.
Ook de luchtmacht en de Koude Oorlog krijgen aandacht. Daarbij wordt ingezoomd op de rol van de vliegbasis van Kleine-Brogel binnen de NAVO en op de betekenis die de basis ook vandaag nog heeft.
Sprekers Martin Bogaert, Bèr Geelen, Jac. Biemans en Robert Bomans gaan daarnaast in op de sporen die de militaire aanwezigheid in steden, dorpen en heidegebieden heeft achtergelaten en op de vraag hoe vandaag met dat militaire erfgoed wordt omgegaan.
Het is inmiddels het vijfde symposium van de Cultuurhistorische Zomer. De organisatie is in handen van De Aldenborgh Weert, kring Weert van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap en de heemkundevereniging van Bocholt.
Het symposium vindt plaats op vrijdag 21 augustus om 14 uur in het Parochiehuis, Kerkplein 11 in Bocholt. De toegang is gratis.