Nieuws Bocholt

Tussen Heide en Garnizoen (6): Kleine Brogel

Tussen Heide en Garnizoen (6): Kleine Brogel

Vrijdag 28/8 Na de landing in Normandië rukten de geallieerden steeds verder op richting Duitsland. Om die opmars vanuit de lucht te kunnen blijven ondersteunen, werden dicht bij het front in snel tempo nieuwe vliegvelden aangelegd.


Ook tussen Kleine-Brogel en Peer kwam zo'n terrein. Het kreeg de codenaam B90, waarbij de B verwees naar ‘British’.

250 hectare voor een tijdelijk vliegveld

De aanleg begon op 15 december 1944 en gebeurde door Britse genie-eenheden, met hulp uit de plaatselijke bevolking.

Het vliegveld besloeg ongeveer 250 hectare. Daarvoor werd zowat 150 hectare akker- en weiland ingenomen.

Veel tijd voor ingewikkelde bouwwerken was er niet. Het terrein werd geëgaliseerd, waarna onder meer jute en metalen platen werden aangebracht. Met die in elkaar grijpende stalen platen konden snel start- en taxibanen worden aangelegd.

De eerste startbaan was ongeveer 1.500 meter lang. Er kwamen ook taxibanen en parkeerplaatsen voor de vliegtuigen.

Zelfs de huisvesting van de militairen was voorlopig. Niemand verwachtte immers dat B90 na de oorlog nog tientallen jaren een militaire bestemming zou behouden.

Niet iedereen gelukkig

De aanleg had grote gevolgen voor Kleine-Brogel. Landbouwgronden werden opgeëist en delen van de dennenbossen verdwenen.

De strenge winter zorgde bovendien voor vertraging, waardoor ook inwoners bij de werken werden ingeschakeld.

Dat alles viel niet overal in goede aarde. Bijnens vertelde dat de toenmalige burgemeester van Kleine-Brogel, op dat ogenblik een van de oudste burgemeesters van België, zich verzette tegen bepaalde gevolgen van de aanleg.

Toch was B90 tegen het voorjaar van 1945 klaar voor gebruik.

Canadese Spitfires

Van 1 maart tot 10 april 1945 opereerden Canadese luchtmachteenheden vanuit Kleine-Brogel.

De 39ste Wing voerde verkenningsvluchten uit. Daarvoor werden Spitfires gebruikt waarin achter de cockpit grote camera's waren ingebouwd.

De 127ste Wing had dan weer als opdracht de grondtroepen vanuit de lucht te ondersteunen. Ook die eenheid vloog met Spitfires.

Lang duurde het verblijf niet. Het front schoof steeds verder Duitsland in en op 10 april vertrokken de Canadezen. Een deel verhuisde naar Eindhoven, andere toestellen volgden de geallieerde opmars. Daarna werd het stil op B90.

Koude Oorlog blaast vliegveld nieuw leven in

Ongeveer zes jaar was er nauwelijks activiteit. Maar amper enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog diende zich alweer een nieuw internationaal conflict aan. De spanningen tussen de Sovjet-Unie en het Westen namen toe en de Koude Oorlog begon.

West-Europa moest zijn strijdkrachten opnieuw versterken. Ook België investeerde in landmacht, marine en luchtmacht.

Daarbij viel het oog opnieuw op het voormalige B90. De tijdelijke oorlogspiste was uiteraard niet geschikt voor moderne straalvliegtuigen. De baan van 1.500 meter werd daarom verlengd tot ongeveer 2.400 meter. Startbaan, taxibanen en parkeerplaatsen werden in beton uitgevoerd.

Oude rekeningen nog niet vereffend

Ook die tweede geboorte van Kleine-Brogel zorgde lokaal voor weerstand.cEen opvallend pijnpunt was dat tientallen eigenaars die tijdens de oorlog gronden hadden moeten afstaan volgens Bijnens jaren later nog altijd op hun schadevergoeding wachtten.

Daarnaast leefde er bezorgdheid over de komst van grote aantallen militairen. Zelfs de plaatselijke pastoor mengde zich in het debat. Hij waarschuwde zijn parochianen voor de cafés die rond een militaire basis konden ontstaan en voor het zogenaamde ‘blauwe gevaar’: de jonge luchtmachtmilitairen. Moeders kregen het advies hun dochters goed in het oog te houden.

Boeren tussen de vliegtuigen

De overgang van landbouwgebied naar militaire vliegbasis verliep bovendien geleidelijk. Een aantal boerderijen bleef nog geruime tijd op of vlak bij het militaire terrein liggen. Sommige boeren moesten zelfs een taxibaan oversteken om bij hun koeien of landbouwgronden te geraken. Ze deden er volgens Bijnens goed aan eerst links en rechts te kijken, want de vliegtuigen passeerden letterlijk voor hun boerderij.

De 10de Wing

Op 20 december 1951 werd de 10de Wing opgericht. Aanvankelijk opereerde die elders, maar Kleine-Brogel werd haar definitieve thuisbasis. Tot de eenheid behoorden onder meer het 23ste en 27ste Squadron.

Aanvankelijk werd nog kort met Spitfires gevlogen. Daarna arriveerden de eerste F-84 Thunderjets.

Die Amerikaanse straaljagers hoefde België niet volledig zelf te financieren. Via een Amerikaans militair hulpprogramma werden toestellen ter beschikking gesteld om de West-Europese luchtmachten snel opnieuw uit te bouwen.

Op 23 februari 1953 verhuisde de 10de Wing officieel naar Kleine-Brogel.

Beton vliegt de motoren in

Maar de feestvreugde was van korte duur. Al na enkele weken bleek er een ernstig probleem met het nieuwe beton. De bovenlaag begon af te brokkelen. Dat was bijzonder gevaarlijk voor straalvliegtuigen. Een straalmotor zuigt immers enorme hoeveelheden lucht aan en losse steentjes en betonschilfers konden zo in de motor verdwijnen.

Toen de eerste motoren beschadigd raakten, werd ingegrepen. Amper een goede maand na de ingebruikname moest een groot deel van de vliegactiviteiten alweer worden verplaatst.

Anderhalf jaar 'nomadenbestaan'

De verschillende onderdelen van de 10de Wing weken uit naar andere vliegvelden in België en Duitsland. Bijnens omschreef het als een soort nomadenbestaan. De eenheden zaten niet noodzakelijk allemaal op dezelfde plaats en moesten zich behelpen tot Kleine-Brogel opnieuw klaar was. Pas begin 1955 keerde de Wing definitief terug.

Thunderstreak en de geluidsmuur

De Thunderjet bleef maar enkele jaren het belangrijkste toestel. Vanaf 1956 verscheen de F-84F Thunderstreak, herkenbaar aan zijn naar achteren gepijlde vleugels. Kleine-Brogel evolueerde ondertussen steeds meer naar een basis waarvan de vliegtuigen gespecialiseerd waren in het aanvallen van gronddoelen.

De nieuwe toestellen leverden de streek ook een nieuw fenomeen op: de knal bij het doorbreken van de geluidsmuur.

Starfighter bepaalt twintig jaar het beeld

Vanaf 1964 kwam de F-104 Starfighter naar Kleine-Brogel. Dat toestel zou tot begin jaren tachtig het beeld van de basis bepalen. Maar ook de infrastructuur bleef evolueren. Internationale conflicten leverden telkens nieuwe militaire lessen op.

De Zesdaagse Oorlog in 1967 had bijvoorbeeld aangetoond hoe kwetsbaar een luchtmacht op de grond was. Vliegtuigen hoefden niet noodzakelijk in de lucht te worden neergeschoten: wie de startbanen vernielde en geparkeerde toestellen uitschakelde, kon een luchtmacht eveneens lamleggen.

Meer beton en betonnen shelters

De NAVO besliste daarom haar vliegvelden beter te beschermen. Ook Kleine-Brogel kreeg een tweede, parallelle startbaan die indien nodig als alternatief kon worden gebruikt. Daarnaast verschenen de karakteristieke betonnen shelters, waarin vliegtuigen afzonderlijk en beter beschermd konden worden opgesteld. De hoofdbaan werd eveneens verder verlengd. Vandaag bedraagt de totale lengte ongeveer 3,1 kilometer. Aan de uiteinden kwamen voorzieningen waarmee vliegtuigen die niet tijdig konden stoppen alsnog veilig konden worden afgeremd.

Van de eenvoudige metalen oorlogspiste uit 1945 bleef daarmee nauwelijks iets herkenbaar.

F-16 blijft uitzonderlijk lang

Vanaf 1981 begon opnieuw een grote omschakeling. De Starfighter maakte plaats voor de F-16. Waar de eerdere vliegtuigtypes elkaar relatief snel hadden opgevolgd, werd de F-16 een uitzonderlijk lang hoofdstuk in de geschiedenis van Kleine-Brogel. Het toestel is er al ongeveer 45 jaar actief. Ook organisatorisch veranderde de basis. De eenheid kreeg in 1987 de naam 10de Tactische Wing.

Later kwam onder meer het historische 349ste Squadron naar Kleine-Brogel.

Volgende hoofdstuk: F-35

Nu staat opnieuw een generatiewissel voor de deur. Na Spitfire, Thunderjet, Thunderstreak, Starfighter en F-16 is de F-35 het volgende gevechtsvliegtuig dat de geschiedenis van Kleine-Brogel zal schrijven.-- Daarmee is de cirkel opmerkelijk.

In december 1944 werd tussen Kleine-Brogel en Peer haastig een tijdelijke landingsbaan aangelegd om de laatste fase van de oorlog tegen nazi-Duitsland te ondersteunen. Niemand kon toen vermoeden dat op diezelfde plek tachtig jaar later nog altijd militaire vliegtuigen zouden opstijgen. Wat begon als B90, een tijdelijk vliegveld van staalplaten tussen de Kempense akkers, groeide uit tot een moderne NAVO-vliegbasis.

- Legerplaats Budel

Tussen Heide en Garnizoen (5): Legerplaats Budel

Tussen Heide en Garnizoen (5): Legerplaats Budel

Donderdag 27/8

Daarvoor waren niet alleen kazernes nodig, maar ook ruimte voor herhalingsoefeningen. In 1954 viel het oog op het uitgestrekte heide- en stuifzandgebied tussen Weert en Budel, op de grens van Noord-Brabant en Limburg.

Plaats voor duizenden militairen

Het plan voorzag in een legerplaats voor zowat 2.000 militairen, met daarnaast voldoende ruimte voor oefeningen. In maart 1955 werd ongeveer 90 hectare grond aangekocht.

Bij de bouw koos men grotendeels voor hout in plaats van steen of beton. Dat drukte de kostprijs aanzienlijk. Uiteindelijk bedroegen de bouwkosten ongeveer 12,8 miljoen gulden, zowat acht miljoen minder dan bij een volledig stenen kazerne.

Op 2 augustus 1956 werd de legerplaats in gebruik genomen. De officiële opening volgde op 8 november.

De nieuwe site was voor die tijd bijzonder modern. Er kwamen dertien grote legeringsbarakken, kantines, een film- en toneelzaal, sportterreinen, parkeerplaatsen en negen kilometer wegen. De barakken werden bewust schuin geplaatst om het terrein een minder strak en gevarieerder uitzicht te geven.

Er was zelfs een eigen rioolwaterzuivering die vergelijkbaar was met die van een gemeente van 6.000 inwoners. In het keukengebouw bevond zich een manschappeneetzaal met 800 zitplaatsen. De 54 douches konden samen zowat 160 militairen per uur verwerken.

Van soldaten naar Hongaarse vluchtelingen

Lang bleef de legerplaats niet uitsluitend militair.

In oktober en november 1956 brak in Hongarije een opstand uit tegen het communistische bewind. Sovjettroepen sloegen die hard neer. Duizenden mensen kwamen om en meer dan 200.000 Hongaren vluchtten het land uit.

Nederland besloot een deel van hen op te vangen. In januari 1957 werd Legerplaats Budel tijdelijk omgevormd tot een Hongaars dorp.

Op 14 januari 1957 arriveerden de eerste vluchtelingen per trein in Weert. Op het stationsplein werden ze verwelkomd met het Hongaarse volkslied, gespeeld door de Limburgse Jagers. Daarna ging het per bus naar Budel.

Een compleet dorp in de kazerne

De legerplaats werd volledig aangepast aan gezinnen. De strozakken van de soldaten verdwenen en maakten plaats voor echte bedden en matrassen. Er kwamen familiekamers, winkels, medische voorzieningen en zelfs een kraamkamer.

Straten en kruispunten op het terrein kregen Hongaarse namen. Middenstanders uit Weert en Budel richtten een winkel in waar vluchtelingen met bonnen kleding en schoenen konden krijgen. 

Ook aan ontspanning werd gedacht. Er waren films, radio's, televisietoestellen, biljarts, tafeltennistafels, werkbanken en muziekinstrumenten.

Opvallend was dat er tijdens het verblijf zelfs vier Hongaarse koppels trouwden op de legerplaats.

Eind februari vertrok de laatste groep en kon Budel opnieuw gebruikt worden voor militaire herhalingsoefeningen.

Indische Nederlanders in Budel

Maar een jaar later kreeg de legerplaats alweer een nieuwe tijdelijke bevolking. Na de onafhankelijkheid van Indonesië verlieten honderdduizenden Nederlanders en Indische Nederlanders de voormalige kolonie. In 1958 werden tussen januari en mei ongeveer 8.500 repatrianten gedurende enkele dagen in Budel opgevangen.

Voor velen was de aankomst een enorme overgang. Sommigen maakten er voor het eerst kennis met een Nederlandse winter en sneeuw.

Net als bij de Hongaren volgden registratie, medische controle en tijdelijke huisvesting. Ook koningin Juliana bezocht de legerplaats. Door zware mist kon zij niet vertrekken en moest ze er onverwacht overnachten. De kamer waarin ze sliep, bleef nog lang bekendstaan als de Julianakamer.

Een kind dat op de legerplaats werd geboren, kreeg zelfs Budel in haar naam mee. Aan deze periode herinnerde later een zonnewijzer, die tegenwoordig door de plaatselijke erfgoedvereniging wordt bewaard.

Duitse soldaten: twintig jaar na de oorlog

Vanaf eind jaren vijftig keerde de militaire functie opnieuw terug. Toch stond begin jaren zestig alweer een ingrijpende verandering voor de deur.

De NAVO wilde haar troepen anders organiseren. Nederland zou militairen legeren in het Duitse Zeedorf, terwijl Duitse militairen naar Budel zouden komen.

Dat lag bijzonder gevoelig. De Tweede Wereldoorlog was nog geen twintig jaar voorbij. Vooral voormalige verzetsstrijders en de Communistische Partij Nederland verzetten zich hevig tegen de komst van Duitse militairen.

Er waren demonstraties en stille tochten. In januari 1963 trokken tegenstanders zelfs naar de graven van vermoorde verzetsmensen in Budel-Dorplein. Toch stemden zowel Tweede als Eerste Kamer in.

Duitse kwartiermakers arriveren

Op 20 mei 1963 arriveerden de eerste Duitse kwartiermakers. Enkele weken later, op 1 juli, volgden de eerste dienstplichtigen. De bezetting liep op tot ruim 2.000 militairen.

Ter vergelijking: Budel zelf telde toen ongeveer 8.700 inwoners. De komst van zoveel Duitsers betekende dus een enorme verandering voor het dorp. Er kwamen honderden woningen voor Duitse militairen en hun gezinnen. In de wijk De Roos verrezen flats en gezinswoningen, samen bijna 300 woningen. Daarnaast kwamen er een Duitse school, kinderopvang en katholieke en evangelische voorzieningen.

Strenge gedragsregels

De Duitse militairen kregen duidelijke instructies over hoe ze zich in Nederland moesten gedragen. Ze mochten buiten de legerplaats niet in groep marcheren en ook militair zingen was buiten het terrein verboden. De Duitse staf kreeg Nederlandse les. 

Bovendien werd zorgvuldig nagegaan wie naar Budel kwam: personeelsleden mochten tijdens de Tweede Wereldoorlog niet in Nederland actief zijn geweest.

Een speciaal boekje legde uit hoe Duitse militairen een goede relatie met de plaatselijke bevolking konden opbouwen. Familie, sport en hobby's waren geschikte gespreksonderwerpen. Oorlog en partijpolitiek konden beter worden vermeden.

Het doel was duidelijk: de militairen moesten zich zo onopvallend en correct mogelijk in het Nederlandse dagelijkse leven inpassen.

Duitse jongens en Budelse meisjes

Dat lukte uiteindelijk opmerkelijk goed. De Duitse militairen waren vaste klanten in cafés, danszalen en winkels en leverden een belangrijke bijdrage aan de lokale economie.

Ook op relationeel vlak ontstonden heel wat contacten. Biemans vertelde dat uiteindelijk ongeveer 800 lokale vrouwen met een Duitse militair trouwden.

Een van hen omschreef jaren later waarom Duitse jongens populair waren: ze maakten volgens haar keurig een buiging wanneer ze wilden dansen, terwijl Nederlandse jongens eerder op hun vingers floten. 

De huwelijken werden misschien wel het duidelijkste bewijs dat de aanvankelijk zeer gevoelige komst van Duitse soldaten uiteindelijk leidde tot een sterke verwevenheid tussen beide gemeenschappen.

Meer dan veertig jaar Duitsers

De overeenkomst uit 1963 was oorspronkelijk voor tien jaar bedoeld. Uiteindelijk zouden Duitse militairen meer dan veertig jaar in Budel blijven.

In 1988 kreeg de legerplaats ook officieel een naam: de Nassau-Dietzkazerne, verwijzend naar de Duitse tak van het Huis Oranje-Nassau.

Pas in 2005 vertrokken de Duitse militairen. Enkele jaren bleef het daarna relatief stil. In 2014 vertrokken ook de laatste Nederlandse militairen. 

Opnieuw vluchtelingen

Vanaf mei 2014 begon opnieuw een opmerkelijk hoofdstuk.

Op het voormalige militaire terrein werd azc Cranendonck ingericht. Het werd een aanmeldcentrum voor asielzoekers die aan het begin van hun Nederlandse asielprocedure staan. Aanvankelijk ging het vooral om mensen uit Syrië en Eritrea. Het aantal bewoners liep in de loop der jaren op tot ongeveer 1.500.

Voor Biemans is dat een opvallende historische parallel. In 1957 werden op precies dezelfde plek Hongaarse vluchtelingen opgevangen. Een jaar later volgden duizenden repatrianten uit Indonesië. En ruim een halve eeuw later wonen er opnieuw mensen die hun thuisland hebben verlaten.

Defensie wil terug

Ook nu lijkt de internationale situatie opnieuw de toekomst van het terrein te bepalen. Door de veranderde veiligheidssituatie in Europa heeft Defensie opnieuw meer ruimte nodig voor oefeningen, opslag en militaire activiteiten. Daarom bestaan plannen om het terrein rond 2028 opnieuw voor Defensie beschikbaar te maken.

Het is bijna een perfecte samenvatting van de geschiedenis die Biemans schetste: oorlogsdreiging leidde in de jaren vijftig tot de bouw van een legerplaats, internationale conflicten brachten er vluchtelingen naartoe, de NAVO bracht Duitse militairen naar Budel en nieuwe geopolitieke spanningen zorgen er nu voor dat Defensie opnieuw naar het terrein kijkt. 

De geschiedenis herhaalt zich misschien nooit helemaal, maar op Legerplaats Budel komt ze opvallend vaak terug.

In deze reeks verschenen eerder:
- Het Weerter garnizoen deel 2

Ferm Bocholt fietst drie dagen naar Kanne

Ferm Bocholt fietst drie dagen naar Kanne

Woensdag 26/8 Ferm Bocholt vertrok woensdag met zestien dames voor een driedaagse fietstocht naar Kanne. Na ongeveer 70 kilometer kregen ze tijdens de laatste kilometers nog een stevige regenbui over zich heen. Kletsnat bereikten ze hotel Limburgia, waar de haardrogers meteen bovengehaald werden om alles weer droog te krijgen.

De volgende dag bezocht het gezelschap net over de Nederlandse grens de Jezuïetenberg. In deze voormalige kalksteengroeve maakten jezuïeten tussen 1860 en 1960 talloze tekeningen, schilderingen en beeldhouwwerken. Daarna was er vrije tijd in Maastricht en werd de dag afgesloten met een gezellig diner in Kanne. 
Vrijdag fietsten de dames terug naar Bocholt. Onderweg hielden ze halt in Elsloo voor een bezoek aan de Augustinuskerk. Pastoor Rik Achten, afkomstig uit Bocholt, gaf er een rondleiding. De dames kregen uitleg over het orgel en werden getrakteerd op een kort concert. De moedigsten beklommen zelfs de kerktoren.
Via een mooie route langs de Maas en de ruim 200 jaar oude Zuid-Willemsvaart bereikten de zestien fietssters veilig Bocholt. Daarmee zat opnieuw een geslaagde uitstap van Ferm Bocholt erop. (Viviane Brouwers)

Tussen Heide en Garnizoen (4): Weerter Garnizoen

Tussen Heide en Garnizoen (4): Weerter Garnizoen

Woensdag 26/8

De eerste naoorlogse periode was chaotisch. Mensen waren op drift geraakt en militaire infrastructuur werd ook gebruikt om tijdelijk grote groepen mensen onder te brengen.

Maar Nederland had vooral dringend behoefte aan een nieuwe krijgsmacht. 

Naar Nederlands-Indië

Daarbij speelde Weert al snel opnieuw een rol. In de kazerne werden onder meer oorlogsvrijwilligers samengebracht en opgeleid die naar Nederlands-Indië zouden vertrekken. Historische beelden tonen groepen jonge militairen die vanuit Weert afscheid namen en aan een reis begonnen waarvan velen nauwelijks konden inschatten wat hen te wachten stond.

Het betekende dat de kazerne vrijwel onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog opnieuw een belangrijk opleidingscentrum werd. Van 1946 tot 1951 was er een militaire opleiding gevestigd en in de daaropvolgende jaren werd die opleidingsfunctie steeds belangrijker.

Onderofficieren opleiden

Een cruciale stap was de komst van de Onderofficiersschool, kortweg OOS. Daar werden de toekomstige onderofficieren van de Nederlandse krijgsmacht gevormd. Daarmee kreeg Weert een functie die veel verder reikte dan de verdediging van Limburg: militairen uit heel Nederland kwamen er terecht voor hun opleiding.

In 1961 werd de instelling de Koninklijke Militaire School. Die naam zou gedurende tientallen jaren onlosmakelijk verbonden blijven met Weert. Wie beroepsonderofficier wilde worden, had een grote kans om tijdens zijn loopbaan enige tijd in de Limburgse garnizoensstad door te brengen.

Koninklijk bezoek

De betekenis van de school bleek ook uit de vele officiële bezoeken. Leden van het Nederlandse koningshuis kwamen geregeld naar de kazerne. Korten toonde tijdens zijn lezing verschillende historische foto's waarop onder meer koningin Juliana te zien was tijdens bezoeken aan het militaire complex. Voor Weert waren dergelijke bezoeken telkens bijzondere gebeurtenissen. Het onderstreepte tegelijk de nationale betekenis die de militaire school had gekregen.

Een eigen wereld in de stad

Decennialang vormde de kazerne bijna een stad binnen de stad. Er waren opleidingsgebouwen, sportvoorzieningen, exercitieterreinen en verblijven. Jaar na jaar kwamen nieuwe lichtingen militairen naar Weert.

Maar de invloed stopte niet aan de kazernepoort.

De militairen gingen in Weert winkelen, op café, sporten en wonen. Sommigen leerden er hun partner kennen en bleven na hun militaire loopbaan in de streek wonen.

De band tussen de stad en de kazerne werd daardoor steeds hechter. 

In 1979 kwamen de vrouwen

Ook maatschappelijke veranderingen werden zichtbaar achter de kazernepoort. Een markant moment kwam er in 1979, toen ook vrouwelijke militairen hun intrede deden in de opleiding in Weert. De militaire wereld, die lange tijd vrijwel uitsluitend uit mannen had bestaan, veranderde geleidelijk mee met de samenleving. Generaties mannen én vrouwen zouden uiteindelijk een deel van hun militaire opleiding in Weert krijgen.

De Koude Oorlog loopt af

Maar vanaf het einde van de twintigste eeuw veranderde de internationale situatie fundamenteel. De Koude Oorlog liep ten einde en West-Europese landen begonnen hun strijdkrachten af te bouwen. Kazernes werden gesloten, eenheden samengevoegd en terreinen afgestoten.

Ook de toekomst van Weert kwam ter discussie te staan. Vanuit de stad werd jarenlang gelobbyd om de kazerne en de militaire school te behouden. Het economische en maatschappelijke belang was immers aanzienlijk. De lobby kon de sluiting uiteindelijk niet voorkomen.

In 2014 viel het doek

In 2014 kwam definitief een einde aan de militaire opleidingsfunctie van het kazerneterrein. Na ongeveer 76 jaar verdween daarmee de permanente militaire aanwezigheid die in maart 1938 zo spectaculair was begonnen met de aankomst van honderden soldaten aan het station. Het terrein, ongeveer 17 hectare groot, werd afgestoten. Voor miljoenen euro's kwam het in handen van partijen die een nieuwe toekomst voor de site moesten uitwerken.

Even kreeg het voormalige militaire complex nog een totaal andere functie toen er opvang voor asielzoekers werd georganiseerd. Daarna kwamen de plannen voor een definitieve herontwikkeling.

Waar vroeger militairen marcheerden en toekomstige onderofficieren werden opgeleid, moet een nieuwe woonomgeving ontstaan. De oude kazerne wordt zo steeds meer onderdeel van de gewone stad.

Toch verdwijnt het militaire verleden niet volledig. Een aantal gebouwen en elementen blijft herinneren aan de oorspronkelijke functie van het gebied.

En uitgerekend op het ogenblik dat de oude kazerne een burgerlijke toekomst krijgt, wordt de militaire aanwezigheid rond Weert opnieuw actueler.

Defensie heeft weer ruimte nodig

De geopolitieke situatie in Europa is sinds enkele jaren sterk veranderd. De Russische invasie van Oekraïne en de hernieuwde aandacht voor de verdediging van Europa hebben ervoor gezorgd dat Nederland opnieuw fors in Defensie investeert.

Dat betekent ook dat oefenterreinen opnieuw belangrijker worden. Rond Weert worden militaire terreinen weer intensiever bekeken en gebruikt. Volgens Korten vonden er inmiddels opnieuw oefeningen plaats.

Dat levert een opmerkelijke tegenstelling op. Jarenlang werden militaire gronden afgestoten omdat Defensie ze niet meer nodig leek te hebben. Nu blijkt ruimte voor oefeningen opnieuw schaars en waardevol.

De geschiedenis maakt een bocht

Daarmee kwam Korten bijna terug bij het begin van zijn verhaal. In 1936 verzekerde premier Hendrik Colijn de Nederlanders dat ze rustig konden gaan slapen. Enkele jaren later stond het land midden in de oorlog. Ook na de Koude Oorlog leek een grote militaire infrastructuur steeds minder noodzakelijk. Kazernes sloten en terreinen kregen andere bestemmingen. Vandaag wordt daar opnieuw anders naar gekeken.

De geschiedenis van het Weerter garnizoen is daardoor meer dan een nostalgisch verhaal over soldaten, kazernes en exercitieterreinen. Het toont hoe internationale ontwikkelingen heel concrete gevolgen kunnen hebben voor een stad. In 1938 bracht de dreiging van oorlog honderden militairen naar Weert. In 2014 vertrokken de laatste militairen omdat een grote krijgsmacht niet langer noodzakelijk leek.

En amper een decennium later is de behoefte aan militaire ruimte opnieuw een actueel onderwerp. Peter Korten eindigde zijn lezing dan ook met een vrije verwijzing naar Colijns beroemde woorden uit 1936: de aanwezigen mochten die avond gerust gaan slapen.

Al leert de geschiedenis van het Weerter garnizoen dat niemand precies weet hoe de wereld eruitziet wanneer we weer wakker worden.

In deze reeks verschenen eerder:
- Kamp Beverlo en Kaulille
- Het Weerter garnizoen deel 1

Tussen Heide en Garnizoen (3): Weerter Garnizoen

Tussen Heide en Garnizoen (3): Weerter Garnizoen

Dinsdag 25/8

Achter de schermen maakte het Nederlandse leger zich echter wel degelijk zorgen. Vooral Limburg vormde een kwetsbare strook tussen Duitsland en België.

Blik op het zuiden

Een belangrijke figuur in Kortens verhaal was luitenant-generaal Henri van Voorst tot Voorst. Hij had zich verdiept in de strategische positie van Limburg en zag het belang van een sterkere militaire aanwezigheid in het zuiden van Nederland.

Van Voorst tot Voorst kende de streek bovendien persoonlijk. Via familiebanden kwam hij regelmatig in Weert. Volgens Korten kan dat mee een rol hebben gespeeld toen naar een geschikte plaats voor een nieuw garnizoen werd gezocht.

Lange tijd circuleerden verschillende mogelijke locaties. Maar in november 1937 werd het plots heel concreet. Het gemeentebestuur van Weert kreeg de vraag of het wilde meewerken aan de vestiging van een garnizoen.

Welgekomen in crisistijd

Voor Weert was het vooruitzicht aantrekkelijk. Nederland zat nog volop in de economische crisis van de jaren dertig. Honderden militairen naar de stad halen betekende niet alleen werkgelegenheid, maar ook extra klanten voor handelaars, cafés, logementen en andere ondernemingen. Het stadsbestuur aarzelde dan ook niet lang.

Gronden werden aangeboden voor de bouw van de kazerne en voor militaire oefeningen. Daarbij ging het niet om enkele kleine percelen. Voor de oefenterreinen waren honderden hectaren nodig.

Het tempo waarin vervolgens beslissingen werden genomen, was indrukwekkend. Op 5 februari 1938 kreeg Weert definitief groen licht. Nog geen twee maanden later stonden de militairen er al.

Honderden militairen stappen uit de trein

Op 29 maart 1938 arriveerden de eerste honderden militairen aan het station van Weert. Historische foto's die Korten tijdens zijn lezing toonde, brengen die dag opnieuw tot leven. Grote groepen militairen trokken door de stad, begeleid door muziek. Via de Singels ging het richting centrum en de Sint-Martinuskerk.

Voor Weert moet het een ongewoon schouwspel zijn geweest. De stad had nooit eerder zoveel militairen tegelijk gezien.

Ook het gemeentebestuur maakte er een officiële gebeurtenis van. Burgemeester Kolkman verwelkomde de nieuwkomers.

Alleen was er één probleem: de eigenlijke kazerne bestond nog niet.

Eerst slapen in barakken

Daarom werd eerst een tijdelijk barakkenkamp opgetrokken. Ook dat gebeurde razendsnel. Op 20 juni 1938 was het klaar.

De militairen namen er hun intrek terwijl vlakbij volop aan de definitieve kazerne werd gewerkt. Foto's tonen hoe de soldaten hun eenvoudige slaapplaatsen inrichtten.

Ondertussen werd de bouw van het grote kazernencomplex aanbesteed. De werken kostten honderdduizenden guldens, voor die tijd een enorme investering.

Nog voor het einde van het jaar was ook die klus geklaard.

Op 21 december 1938 kon de nieuwe kazerne worden betrokken. Tussen de definitieve beslissing in februari en de ingebruikname waren amper tien maanden verstreken.

Militairen veranderen een stad

Daarmee begon het echte garnizoensleven. De komst van honderden militairen had een veel grotere impact dan alleen de bouw van een kazerne. Ook officieren en hun gezinnen hadden woonruimte nodig. Handelaars kregen nieuwe klanten en het verenigings- en uitgaansleven veranderde. Vooral de wijk Keent groeide sterk.

Daar moest ook voor bijkomende kerkelijke infrastructuur worden gezorgd. Er kwam een grote nieuwe kerk, de Sint-Josephkerk, met plaats voor ongeveer 1.500 gelovigen. Ze moest onder meer de militairen en de snel groeiende bevolking van de wijk kunnen opvangen.

Ook andere voorzieningen ontstonden rond het garnizoen. De militairen gingen deel uitmaken van het dagelijkse leven in Weert.

Maar Europa bleef onrustig

Terwijl in Weert het nieuwe garnizoen vorm kreeg, werd de internationale situatie steeds dreigender.
Nederland probeerde zijn verdediging te versterken. In het zuiden speelde onder meer de Peel-Raamstelling een belangrijke rol. Die verdedigingslinie liep van de omgeving van Grave richting het zuiden en moest een Duitse opmars helpen vertragen.
Ook de militairen uit Weert werden in de Nederlandse verdedigingsplannen opgenomen.
Intussen bleef Nederland hopen dat het, zoals tijdens de Eerste Wereldoorlog, neutraal zou kunnen blijven.

Die hoop bleek vergeefs

Op 10 mei 1940 viel Duitsland Nederland binnen. Voor de Nederlandse militairen ging alles bijzonder snel. Duitse troepen braken door de verdediging en de eenheden die vanuit Weert waren vertrokken, zouden niet meer gewoon naar hun nieuwe kazerne terugkeren.

Enkele dagen later capituleerde Nederland.

De kazerne die amper anderhalf jaar eerder feestelijk in gebruik was genomen, kwam in Duitse handen terecht. Daarmee voltrok zich bijna hetzelfde scenario als in Kamp Beverlo in Leopoldsburg tijdens de Eerste Wereldoorlog: een moderne militaire infrastructuur waarin kort voordien zwaar was geïnvesteerd, kon door de bezetter worden gebruikt.

Duitse militairen in Weert

Tijdens de bezetting namen verschillende Duitse eenheden hun intrek in de kazerne. Ook aan de rest van het militaire terrein werd een nieuwe invulling gegeven.

Voor de inwoners van Weert veranderde daarmee ook de betekenis van het garnizoen. De militairen die in 1938 feestelijk door de stad waren getrokken, waren verdwenen. Hun plaats was ingenomen door de bezetter.

Toch kwam Weert relatief goed door de oorlog. De stad ontsnapte aan de grootschalige verwoestingen die elders plaatsvonden.

In september 1944 werd Weert bevrijd.

De Duitse militairen verdwenen en de kazerne kwam opnieuw beschikbaar. Maar terugkeren naar de toestand van 1938 was onmogelijk. Nederland stond voor de wederopbouw en ook zijn krijgsmacht moest helemaal opnieuw worden georganiseerd. Daarbij zou de kazerne van Weert opnieuw een belangrijke rol krijgen.

Morgen het vervolg: oorlogsvrijwilligers voor Nederlands-Indië, de Onderofficiersschool en Koninklijke Militaire School, de sluiting van de kazerne en de opmerkelijke terugkeer van militaire oefeningen rond Weert.

In deze reeks verschenen eerder:
- Kamp Beverlo en Kaulille

Tussen Heide en Garnizoen (2): Beverlo en Kaulille

Tussen Heide en Garnizoen (2): Beverlo en Kaulille

Maandag 24/8 Dat had te maken met de opleiding en organisatie van Duitse militairen. Naarmate de oorlog vorderde, nam het belang van het kamp verder toe.


Na Stalingrad veranderde alles

Vooral vanaf 1943 veranderde de situatie. Na de zware Duitse verliezen aan het Oostfront, met de nederlaag bij Stalingrad als keerpunt, kampte het Duitse leger met een steeds groter tekort aan manschappen. Nieuwe eenheden werden gevormd en jonge militairen kregen versneld een opleiding. Volgens Bogaert verschenen in Kamp Beverlo op een bepaald ogenblik duizenden jonge Duitse soldaten, onder wie jongens van amper 17 en 18 jaar.

Die massale militaire aanwezigheid bleef niet onopgemerkt. Informatie over wat in het kamp gebeurde, bereikte via het verzet ook Londen. Daarop volgden geallieerde bombardementen. Een deel van de historische militaire infrastructuur ging daarbij verloren.

Na de bevrijding: duizenden geïnterneerden

Met het einde van de oorlog was de bewogen geschiedenis van het kamp allerminst voorbij.

Vanaf juli 1945 werd in Beverlo een interneringscentrum ingericht. Na de bevrijding werden in België tienduizenden mensen opgesloten die verdacht werden van collaboratie of daarvoor vervolgd werden. Ook Kamp Beverlo werd daarvoor ingezet. Het Interneringscentrum Beverlo bevond zich in het oostelijke deel van het kamp, dicht bij het oefenterrein.

Volgens Bogaert verbleven er gedurende bepaalde periodes voortdurend ongeveer 3.000 tot 3.500 geïnterneerden. Het centrum bleef bestaan tot 1950. Daarna werd het in overleg tussen Justitie en Landsverdediging ontruimd. De resterende gevangenen werden vrijgelaten of naar andere gevangenissen en instellingen overgebracht.

Wederopbouw

Na de bombardementen en de oorlogsschade moest een deel van Kamp Beverlo opnieuw worden opgebouwd. Tussen het einde van de jaren veertig en het begin van de jaren vijftig verschenen nieuwe militaire gebouwen.

Tegelijk bleef de historische structuur van het enorme domein herkenbaar. De weg tussen Hechtel en Leopoldsburg verdeelde het militaire gebied in grote lijnen in verschillende zones, met onder meer schietterreinen en oefengebieden.

De omvang van het militaire domein verklaart waarom de geschiedenis van Kamp Beverlo niet alleen een verhaal van Leopoldsburg is. Ook omliggende gemeenten werden er rechtstreeks of onrechtstreeks door beïnvloed.

Van Beverlo naar Kaulille

Voor het publiek in Bocholt was vooral het laatste gedeelte van Bogaerts uiteenzetting bijzonder herkenbaar. Hij besteedde namelijk ook aandacht aan de voormalige militaire kazerne in Kaulille. Kort voor de Tweede Wereldoorlog werd daar een kazerne gebouwd voor de grenswielrijders. Die eenheden moesten mee instaan voor de bewaking van de Belgische grenzen en konden zich dankzij de fiets relatief snel verplaatsen.

Bij de kazerne kwamen ook woningen en andere voorzieningen. Tijdens de Duitse bezetting kreeg de site opnieuw een militaire bestemming. Bogaert wees daarbij op de aanwezigheid van eenheden die samengesteld waren uit militairen afkomstig uit gebieden van de Sovjet-Unie en die onder Duits bevel stonden.

Nieuwe onderofficieren nodig

Na de bevrijding stond het Belgische leger voor een enorme opdracht. Niet alleen de infrastructuur moest worden hersteld, ook het militaire kader moest opnieuw worden opgebouwd.

Er was dringend behoefte aan goed opgeleide officieren en onderofficieren.

Voor de opleiding van die onderofficieren viel het oog op Kaulille. Op 19 september 1945 ging er een school voor onderofficieren van start. De kazerne vormde daarbij een tijdelijke oplossing zolang Kamp Beverlo nog niet voldoende hersteld was.

Bogaert kon tijdens zijn onderzoek putten uit bijzonder bronnenmateriaal, waaronder een privéalbum van een toenmalige officier. Zulke foto's en tekeningen geven een zeldzame inkijk in het dagelijkse leven in de Kauliller kazerne vlak na de oorlog.

Terug naar Beverlo

Lang duurde het verblijf van de onderofficierenschool in Kaulille niet. Zodra de nodige voorzieningen in Beverlo opnieuw beschikbaar waren, verhuisde de opleiding.

Begin januari 1946 was de terugkeer naar Kamp Beverlo een feit. Daarmee was de militaire rol van Kaulille echter nog niet helemaal uitgespeeld. De gebouwen kregen nadien verschillende bestemmingen. Zo werd de site een tijdlang gebruikt als verblijf voor kinderen en kwamen er later opnieuw militairen terecht. Ook in het kader van de Belgische deelname aan de Koreaanse Oorlog speelde de militaire infrastructuur een rol.

Geschiedenis wordt opnieuw actueel

Bogaert eindigde zijn verhaal uiteindelijk opnieuw waar hij begonnen was: bij de betekenis van militaire infrastructuur.

Jarenlang leek het erop dat grote militaire domeinen zoals Kamp Beverlo steeds minder belangrijk zouden worden. Gebouwen kregen andere bestemmingen, terreinen werden afgestoten en militaire aanwezigheid werd afgebouwd.

De internationale veiligheidssituatie heeft die evolutie inmiddels omgekeerd. Oefenterreinen en kazernes krijgen opnieuw strategisch belang en investeringen in defensie nemen toe.

Dat maakt de geschiedenis die tijdens het symposium in Bocholt werd verteld opvallend actueel. Kamp Beverlo ontstond bijna twee eeuwen geleden omdat een jonge Belgische staat zich militair bedreigd voelde. Sindsdien volgden perioden van uitbreiding en afbouw elkaar op. En tussen de heide van Leopoldsburg en de voormalige kazerne van Kaulille zijn de sporen daarvan tot vandaag terug te vinden.

In deze reeks verschenen eerder:
- Kamp Beverlo