Nieuws Bocholt
Ontbijten voor het goede doel

Dinsdag 6/1 Wie wil er niet eens ontbijten op een luchtmachtbasis? Dankzij Rotary Overpelt-Noord-Limburg en de Luchtmachtbasis Kleine Brogel wordt die bijzondere ervaring werkelijkheid op zondag 18 januari.
Beide organisaties delen dezelfde kernwaarde: to serve. Dat geldt niet alleen voor Rotary, maar ook voor de luchtmachtbasis, waar de maatschappelijke betrokkenheid verder reikt dan het louter militaire.
Die gedeelde visie vormt de basis voor deze samenwerking, waarbij bezoekers welkom zijn voor een verzorgd ontbijt op de basis zelf.
De opbrengst van het ontbijt gaat integraal naar de goede doelen waarvoor zowel Rotary Overpelt-Noord-Limburg als de luchtmachtbasis zich engageren. Zo combineert het evenement een unieke beleving met een warm, solidair doel.
En het blijft niet bij ontbijten alleen. Wie dat wenst, kan zijn bezoek uitbreiden met een bezoek aan het museum op de basis en aansluitend deelnemen aan een wandeling in de omgeving. Een gevarieerd programma dus, voor wie nieuwsgierig is naar het reilen en zeilen op de basis én graag een frisse neus haalt.
Een unieke kans om eens letterlijk achter de schermen te kijken, te genieten van een gezellig ontbijt en tegelijk bij te dragen aan het goede doel.
Ontbijten kan tussen 9u en 11u, vooraf inschrijven is verplicht (omwille van de veiligheid op de basis), dat kan
via deze link.
Sint-Gerlachus, de Kauliller versie

Maandag 5/1 In Kaulille werd Gerlachus niet op zijn naamdag, 5 januari, aanbeden. Pastoor Houben besefte wellicht dat die vijfde hem in Kaulille weinig zou opleveren. Hij ‘prikte’ de eerste dag van de achtdaagse verering van Gerlachus in Kaulille op Pinkstermaandag, een feestdag met voldoende kerkelijk karakter om genoeg gelovigen tot in zijn gebedshuis te krijgen. Geen koude januaridagen om de heilige te vereren, maar acht opeenvolgende lentedagen, met kans op aangenamere temperaturen.
De relikwie, een stukje bot van Gerlachus in een houder, werd na de mis ter verering aangeboden. De ‘bedevaarders’ schoven aan, kusten de reliekhouder en deponeerden een gift in de offerschaal. Reliekhouder en relikwie waren in de Achelse Kluis samengesteld, verzegeld en door de abt voor echt verklaard. Vanaf 29 juli 1891 mocht de relikwie, met toestemming van bisschop Rutten, in de kerk tentoongesteld en vereerd worden.
De verering van Gerlachus is in Kaulille ondertussen geschiedenis. Niet in Houthem, de thuisbasis van de heilige. Daar vindt ook dit jaar opnieuw de octaaf, de achtdaagse verering, van Sint-Gerlach plaats. Sinds 2015 kan in Houthem zelfs een gezichtsreconstructie van de heilige bewonderd worden. Met de modernste technieken werd die gerealiseerd en naar aanleiding van ‘850 jaar Sint-Gerlach’ onthuld.
Een deel van de kosten van dat project werd door de Rolling Stones bekostigd. Toen de Stones in Houthem in Château Sint-Gerlach logeerden, kregen ze van hotelier Camille Oostwegel een rondleiding door de kerk en het museum. Toen Oostwegel de geplande gezichtsreconstructie van de heilige toelichtte, bleken de rocksterren dermate geboeid dat ze een sponsoring toezegden. ‘The Stones meet Saint Gerlachus’, dus. Of: hoe een stel (toch ook al bedaagde) rocksterren gecharmeerd raakte door de religie rond een eeuwenoude heilige.
Jef Vanbussel
Foto boven: het beeld van Gerlachus in de gerestaureerde kerk van Kaulille.
Eerste foto beneden: een koe aan de voeten van Sint-Gerlachus, symbool voor alle boerderijdieren, waar Gerlachus volgens de overlevering zorg voor droeg.
Tweede foto beneden: de Kauliller reliekhouder van Gerlachus, met centraal in de ster een stukje bot.
Derde foto beneden: interieur van de Gerlachuskerk.
Vierde foto: gezichtsreconstructie op basis van de (donkere, linkse) schedel van Gerlachus.
Bron foto’s: eigen archief; De Klaveren Heer, maart 1999; NRC Handelsblad en Radio L1 Nieuws; De Vrienden van Sint-Gerlach.
Tekstbronnen: Fons Evens over Sint-Gerlach in De Klaveren Heer, maart 1999; websites ‘Parochie Sint-Gerlach te Houthem’ en ‘De Vrienden van Sint-Gerlach’.
Van de Kluis over Bocholt naar Bree

Zondag 4/1 Eerst haal ik in Achel Statie mijn fiets op. Na mijn verblijf in de Kluis heb ik echt weer zin in het fietsen. Bij de Quatre-Bras neem ik de vierde arm richting Hamont, over een macadamweg zo effen als een biljart. Hamont is groot en liefelijk. Zijn status dankt het aan de spoorlijn Antwerpen–Gladbach. Fervente fietsers hebben hier, samen met gelijkgestemden uit Neerpelt en omgeving, de wielerclub ‘Door de Heide’ opgericht.
Van Hamont fiets ik richting Bree. Bij het kruispunt aan Sluis 17 (…) sla ik rechtsaf. Ik volg de slecht aangereden grindweg naar Kleine-Brogel. Halverwege wil ik de buskruitfabriek van Kaulille bezoeken. Dat is een bijhuis van de fabriek van Wetteren, een firma met een niet zo goede reputatie. Onlangs nog explodeerde er een gebouw. Daarbij vielen slachtoffers te betreuren.
De fabriek kan je door de vele bomen vanaf de straat niet zien liggen. Honderddertig man verdienen er de kost; de bewerking gebeurt in afzonderlijke gebouwen. Zo wordt de kans op explosies maximaal verkleind. (…) Midden in een stuk kale vlakte, tussen de vele verspreide gebouwen, staat een zwart kanon. Daarmee wordt het kruit getest. De arbeiders die op deze fabriek zwoegen, zijn smerig en armoeiig. (…) De dreigende dood is hun vaste metgezel. Hun hels bestaan is er een van hard labeur voor een schamel loon.
Kaulille ligt tussen heide en bossen verscholen. Het is een triestig en troosteloos oord, armoeiig en smerig. (…) De mannen werken op de buskruitfabriek; de vrouwen, smerig en futloos zoals ze erbij lopen, zorgen voor hun kroost en voeden hun gezin met het weinige wat ze hebben. Wat een contrast met de overvloed die ik in de Achelse Kluis heb ervaren!
Ik keer terug naar Lozen. Over een goed aangelegde macadamweg fiets ik langs het kanaal, door een fraai en goed bewerkt platteland. Ik rij door het onbeduidend kleine dorpje Bocholt. Overal liggen mooi bloeiende koolzaadvelden.
Na Bocholt kom ik in Bree aan. Het is best groot. Er is handel en nijverheid, er is leven. Er zijn nogal wat cafés met mooie, vriendelijke en levendige diensters. Wanneer ik voor de keuze zou worden gesteld tussen een leven in de Achelse Kluis en hier in Bree, zou ik het snel weten.
Van Bree rij ik naar Maaseik over een prima weg. Hier zie je minder heide, wel goed onderhouden dennenbossen, met daartussen weiden en akkers. Langs de kanalen liggen bevloeide, vruchtbare zones. Voorbij Opitter volgt de weg verder het kanaal. Het valt me op hoeveel verkeer er hier op het water is.
Jef Vanbussel
Foto boven: Bocholt – zicht op de Heuvel vanop de draaibrug, omstreeks 1900
Foto onder: het Vrijthof in Bree
Bronnen:
Henri L’Allemand – geheugencollectief.be
Vertaling: Jef Vanbussel
Foto’s: Heemkundekring Bocholt, met dank aan Wim Cuppens, en eigen archief
In deze reeks verschenen eerder: Opgelet ter hoogte van het Donkelstraatje

Zaterdag 3/1 Opgelet voor wie vanuit Kaulille centrum richting Bocholt rijdt. Ter hoogte van het Donkelstraatje zou je even afgeleid kunnen zijn door die affiche. Doorgaans geen probleem, maar bij dit weer kan je toch maar beter je aandacht op de weg houden — en thuis rustig de Internetgazet lezen!
Burgemeester waarschuwt voor gladheid in Bocholt

Vrijdag 2/1 Burgemeester Stijn Van Baelen roept zijn dorpsgenoten op om extra voorzichtig te zijn nu de sneeuw ook Bocholt in zijn greep heeft.
Op dit moment zijn de gemeentelijke diensten met sneeuwploegen en strooiwagens volop in de weer om de wegen zo veilig mogelijk te houden. De situatie wordt voortdurend opgevolgd. De burgemeester spreekt daarbij zijn grote dank uit aan de gemeentelijke medewerkers, die ook tijdens deze vakantiedagen onverdroten blijven doorwerken.
Hij vraagt tegelijk begrip van de inwoners: het sneeuwvrij maken van alle straten en wegen is een hele klus en zal de komende dagen nog tijd vragen.
De belangrijkste boodschap blijft echter duidelijk: wees voorzichtig, zeker in het verkeer en op gladde voetpaden.
Historische pastorie met kloosterwortels

Vrijdag 2/1 De pastorie wordt voor het eerst vermeld in 1726 en is ingeplant op een rechthoekig, omgracht en deels ommuurd perceel. De toegang lag aan de oostzijde via een poortgebouw, waar zich oorspronkelijk een ophaalbrug bevond. Mogelijk fungeerde het geheel als de schans van Reppel, of werd de pastorie gebouwd op de resten van een oudere verdedigingsstructuur uit het einde van de 16de eeuw, zoals ook in Kaulille het geval was.
Op de Ferrariskaart (1771-1777) is het complex duidelijk te herkennen: binnen de omgrachting lagen twee tegenover elkaar geplaatste L-vormige vleugels. Vandaag bleef enkel de westelijke vleugel bewaard. Ten zuiden bevond zich de moestuin, ten westen de boomgaard en ook ten oosten – buiten de gracht – lag een boomgaard. In de Atlas van de Buurtwegen (1845) is de oostelijke vleugel al verdwenen, al staat het poortgebouw nog vermeld.
Van de overblijvende L-vormige vleugel is enkel het noordelijke deel, een dienstgebouw, oorspronkelijk. De huidige pastorie zelf kreeg haar uitzicht in het eerste kwart van de 20ste eeuw, al gaat de kern terug tot de tweede helft van de 17de of het begin van de 18de eeuw. Het gaat om een gecementeerd bakstenen gebouw van drie traveeën en één bouwlaag, onder een steil zadeldak. Opvallend zijn de smeedijzeren muurankers en de zonnewijzer in de rechtertravee.
Ook het poortgebouw vormt een waardevol historisch element. Deze bakstenen constructie uit de tweede helft van de 18de eeuw heeft een korfboogpoort, geflankeerd door pilasters en afgedekt met een mansardedak in leien. Aan de erfzijde bevindt zich een duifhuis. De poort wordt geflankeerd door twee lagere bijgebouwtjes met typische aandaken en vlechtingen, die het geheel een uitgesproken landelijk en historisch karakter geven.
Samen vormt de pastorie een tastbare herinnering aan het religieuze, agrarische en zelfs verdedigende verleden van Bocholt. (bron: Inventaris Onroerend Erfgoed)