Nieuws Bocholt
Tussen Heide en Garnizoen (4): Weerter Garnizoen

Woensdag 26/8
De eerste naoorlogse periode was chaotisch. Mensen waren op drift geraakt en militaire infrastructuur werd ook gebruikt om tijdelijk grote groepen mensen onder te brengen.
Maar Nederland had vooral dringend behoefte aan een nieuwe krijgsmacht.
Naar Nederlands-Indië
Daarbij speelde Weert al snel opnieuw een rol. In de kazerne werden onder meer oorlogsvrijwilligers samengebracht en opgeleid die naar Nederlands-Indië zouden vertrekken. Historische beelden tonen groepen jonge militairen die vanuit Weert afscheid namen en aan een reis begonnen waarvan velen nauwelijks konden inschatten wat hen te wachten stond.
Het betekende dat de kazerne vrijwel onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog opnieuw een belangrijk opleidingscentrum werd. Van 1946 tot 1951 was er een militaire opleiding gevestigd en in de daaropvolgende jaren werd die opleidingsfunctie steeds belangrijker.
Onderofficieren opleiden
Een cruciale stap was de komst van de Onderofficiersschool, kortweg OOS. Daar werden de toekomstige onderofficieren van de Nederlandse krijgsmacht gevormd. Daarmee kreeg Weert een functie die veel verder reikte dan de verdediging van Limburg: militairen uit heel Nederland kwamen er terecht voor hun opleiding.
In 1961 werd de instelling de Koninklijke Militaire School. Die naam zou gedurende tientallen jaren onlosmakelijk verbonden blijven met Weert. Wie beroepsonderofficier wilde worden, had een grote kans om tijdens zijn loopbaan enige tijd in de Limburgse garnizoensstad door te brengen.
Koninklijk bezoek
De betekenis van de school bleek ook uit de vele officiële bezoeken. Leden van het Nederlandse koningshuis kwamen geregeld naar de kazerne. Korten toonde tijdens zijn lezing verschillende historische foto's waarop onder meer koningin Juliana te zien was tijdens bezoeken aan het militaire complex. Voor Weert waren dergelijke bezoeken telkens bijzondere gebeurtenissen. Het onderstreepte tegelijk de nationale betekenis die de militaire school had gekregen.
Een eigen wereld in de stad
Decennialang vormde de kazerne bijna een stad binnen de stad. Er waren opleidingsgebouwen, sportvoorzieningen, exercitieterreinen en verblijven. Jaar na jaar kwamen nieuwe lichtingen militairen naar Weert.
Maar de invloed stopte niet aan de kazernepoort.
De militairen gingen in Weert winkelen, op café, sporten en wonen. Sommigen leerden er hun partner kennen en bleven na hun militaire loopbaan in de streek wonen.
De band tussen de stad en de kazerne werd daardoor steeds hechter.
In 1979 kwamen de vrouwen
Ook maatschappelijke veranderingen werden zichtbaar achter de kazernepoort. Een markant moment kwam er in 1979, toen ook vrouwelijke militairen hun intrede deden in de opleiding in Weert. De militaire wereld, die lange tijd vrijwel uitsluitend uit mannen had bestaan, veranderde geleidelijk mee met de samenleving. Generaties mannen én vrouwen zouden uiteindelijk een deel van hun militaire opleiding in Weert krijgen.
De Koude Oorlog loopt af
Maar vanaf het einde van de twintigste eeuw veranderde de internationale situatie fundamenteel. De Koude Oorlog liep ten einde en West-Europese landen begonnen hun strijdkrachten af te bouwen. Kazernes werden gesloten, eenheden samengevoegd en terreinen afgestoten.
Ook de toekomst van Weert kwam ter discussie te staan. Vanuit de stad werd jarenlang gelobbyd om de kazerne en de militaire school te behouden. Het economische en maatschappelijke belang was immers aanzienlijk. De lobby kon de sluiting uiteindelijk niet voorkomen.
In 2014 viel het doek
In 2014 kwam definitief een einde aan de militaire opleidingsfunctie van het kazerneterrein. Na ongeveer 76 jaar verdween daarmee de permanente militaire aanwezigheid die in maart 1938 zo spectaculair was begonnen met de aankomst van honderden soldaten aan het station. Het terrein, ongeveer 17 hectare groot, werd afgestoten. Voor miljoenen euro's kwam het in handen van partijen die een nieuwe toekomst voor de site moesten uitwerken.
Even kreeg het voormalige militaire complex nog een totaal andere functie toen er opvang voor asielzoekers werd georganiseerd. Daarna kwamen de plannen voor een definitieve herontwikkeling.
Waar vroeger militairen marcheerden en toekomstige onderofficieren werden opgeleid, moet een nieuwe woonomgeving ontstaan. De oude kazerne wordt zo steeds meer onderdeel van de gewone stad.
Toch verdwijnt het militaire verleden niet volledig. Een aantal gebouwen en elementen blijft herinneren aan de oorspronkelijke functie van het gebied.
En uitgerekend op het ogenblik dat de oude kazerne een burgerlijke toekomst krijgt, wordt de militaire aanwezigheid rond Weert opnieuw actueler.
Defensie heeft weer ruimte nodig
De geopolitieke situatie in Europa is sinds enkele jaren sterk veranderd. De Russische invasie van Oekraïne en de hernieuwde aandacht voor de verdediging van Europa hebben ervoor gezorgd dat Nederland opnieuw fors in Defensie investeert.
Dat betekent ook dat oefenterreinen opnieuw belangrijker worden. Rond Weert worden militaire terreinen weer intensiever bekeken en gebruikt. Volgens Korten vonden er inmiddels opnieuw oefeningen plaats.
Dat levert een opmerkelijke tegenstelling op. Jarenlang werden militaire gronden afgestoten omdat Defensie ze niet meer nodig leek te hebben. Nu blijkt ruimte voor oefeningen opnieuw schaars en waardevol.
De geschiedenis maakt een bocht
Daarmee kwam Korten bijna terug bij het begin van zijn verhaal. In 1936 verzekerde premier Hendrik Colijn de Nederlanders dat ze rustig konden gaan slapen. Enkele jaren later stond het land midden in de oorlog. Ook na de Koude Oorlog leek een grote militaire infrastructuur steeds minder noodzakelijk. Kazernes sloten en terreinen kregen andere bestemmingen. Vandaag wordt daar opnieuw anders naar gekeken.
De geschiedenis van het Weerter garnizoen is daardoor meer dan een nostalgisch verhaal over soldaten, kazernes en exercitieterreinen. Het toont hoe internationale ontwikkelingen heel concrete gevolgen kunnen hebben voor een stad. In 1938 bracht de dreiging van oorlog honderden militairen naar Weert. In 2014 vertrokken de laatste militairen omdat een grote krijgsmacht niet langer noodzakelijk leek.
En amper een decennium later is de behoefte aan militaire ruimte opnieuw een actueel onderwerp. Peter Korten eindigde zijn lezing dan ook met een vrije verwijzing naar Colijns beroemde woorden uit 1936: de aanwezigen mochten die avond gerust gaan slapen.
Al leert de geschiedenis van het Weerter garnizoen dat niemand precies weet hoe de wereld eruitziet wanneer we weer wakker worden.
In deze reeks verschenen eerder:
Tussen Heide en Garnizoen (3): Weerter Garnizoen

Dinsdag 25/8
Achter de schermen maakte het Nederlandse leger zich echter wel degelijk zorgen. Vooral Limburg vormde een kwetsbare strook tussen Duitsland en België.
Blik op het zuiden
Een belangrijke figuur in Kortens verhaal was luitenant-generaal Henri van Voorst tot Voorst. Hij had zich verdiept in de strategische positie van Limburg en zag het belang van een sterkere militaire aanwezigheid in het zuiden van Nederland.
Van Voorst tot Voorst kende de streek bovendien persoonlijk. Via familiebanden kwam hij regelmatig in Weert. Volgens Korten kan dat mee een rol hebben gespeeld toen naar een geschikte plaats voor een nieuw garnizoen werd gezocht.
Lange tijd circuleerden verschillende mogelijke locaties. Maar in november 1937 werd het plots heel concreet. Het gemeentebestuur van Weert kreeg de vraag of het wilde meewerken aan de vestiging van een garnizoen.
Welgekomen in crisistijd
Voor Weert was het vooruitzicht aantrekkelijk. Nederland zat nog volop in de economische crisis van de jaren dertig. Honderden militairen naar de stad halen betekende niet alleen werkgelegenheid, maar ook extra klanten voor handelaars, cafés, logementen en andere ondernemingen. Het stadsbestuur aarzelde dan ook niet lang.
Gronden werden aangeboden voor de bouw van de kazerne en voor militaire oefeningen. Daarbij ging het niet om enkele kleine percelen. Voor de oefenterreinen waren honderden hectaren nodig.
Het tempo waarin vervolgens beslissingen werden genomen, was indrukwekkend. Op 5 februari 1938 kreeg Weert definitief groen licht. Nog geen twee maanden later stonden de militairen er al.
Honderden militairen stappen uit de trein
Op 29 maart 1938 arriveerden de eerste honderden militairen aan het station van Weert. Historische foto's die Korten tijdens zijn lezing toonde, brengen die dag opnieuw tot leven. Grote groepen militairen trokken door de stad, begeleid door muziek. Via de Singels ging het richting centrum en de Sint-Martinuskerk.
Voor Weert moet het een ongewoon schouwspel zijn geweest. De stad had nooit eerder zoveel militairen tegelijk gezien.
Ook het gemeentebestuur maakte er een officiële gebeurtenis van. Burgemeester Kolkman verwelkomde de nieuwkomers.
Alleen was er één probleem: de eigenlijke kazerne bestond nog niet.
Eerst slapen in barakken
Daarom werd eerst een tijdelijk barakkenkamp opgetrokken. Ook dat gebeurde razendsnel. Op 20 juni 1938 was het klaar.
De militairen namen er hun intrek terwijl vlakbij volop aan de definitieve kazerne werd gewerkt. Foto's tonen hoe de soldaten hun eenvoudige slaapplaatsen inrichtten.
Ondertussen werd de bouw van het grote kazernencomplex aanbesteed. De werken kostten honderdduizenden guldens, voor die tijd een enorme investering.
Nog voor het einde van het jaar was ook die klus geklaard.
Op 21 december 1938 kon de nieuwe kazerne worden betrokken. Tussen de definitieve beslissing in februari en de ingebruikname waren amper tien maanden verstreken.
Militairen veranderen een stad
Daarmee begon het echte garnizoensleven. De komst van honderden militairen had een veel grotere impact dan alleen de bouw van een kazerne. Ook officieren en hun gezinnen hadden woonruimte nodig. Handelaars kregen nieuwe klanten en het verenigings- en uitgaansleven veranderde. Vooral de wijk Keent groeide sterk.
Daar moest ook voor bijkomende kerkelijke infrastructuur worden gezorgd. Er kwam een grote nieuwe kerk, de Sint-Josephkerk, met plaats voor ongeveer 1.500 gelovigen. Ze moest onder meer de militairen en de snel groeiende bevolking van de wijk kunnen opvangen.
Ook andere voorzieningen ontstonden rond het garnizoen. De militairen gingen deel uitmaken van het dagelijkse leven in Weert.
Maar Europa bleef onrustig
Terwijl in Weert het nieuwe garnizoen vorm kreeg, werd de internationale situatie steeds dreigender.
Nederland probeerde zijn verdediging te versterken. In het zuiden speelde onder meer de Peel-Raamstelling een belangrijke rol. Die verdedigingslinie liep van de omgeving van Grave richting het zuiden en moest een Duitse opmars helpen vertragen.
Ook de militairen uit Weert werden in de Nederlandse verdedigingsplannen opgenomen.
Intussen bleef Nederland hopen dat het, zoals tijdens de Eerste Wereldoorlog, neutraal zou kunnen blijven.
Die hoop bleek vergeefs
Op 10 mei 1940 viel Duitsland Nederland binnen. Voor de Nederlandse militairen ging alles bijzonder snel. Duitse troepen braken door de verdediging en de eenheden die vanuit Weert waren vertrokken, zouden niet meer gewoon naar hun nieuwe kazerne terugkeren.
Enkele dagen later capituleerde Nederland.
De kazerne die amper anderhalf jaar eerder feestelijk in gebruik was genomen, kwam in Duitse handen terecht. Daarmee voltrok zich bijna hetzelfde scenario als in Kamp Beverlo in Leopoldsburg tijdens de Eerste Wereldoorlog: een moderne militaire infrastructuur waarin kort voordien zwaar was geïnvesteerd, kon door de bezetter worden gebruikt.
Duitse militairen in Weert
Tijdens de bezetting namen verschillende Duitse eenheden hun intrek in de kazerne. Ook aan de rest van het militaire terrein werd een nieuwe invulling gegeven.
Voor de inwoners van Weert veranderde daarmee ook de betekenis van het garnizoen. De militairen die in 1938 feestelijk door de stad waren getrokken, waren verdwenen. Hun plaats was ingenomen door de bezetter.
Toch kwam Weert relatief goed door de oorlog. De stad ontsnapte aan de grootschalige verwoestingen die elders plaatsvonden.
In september 1944 werd Weert bevrijd.
De Duitse militairen verdwenen en de kazerne kwam opnieuw beschikbaar. Maar terugkeren naar de toestand van 1938 was onmogelijk. Nederland stond voor de wederopbouw en ook zijn krijgsmacht moest helemaal opnieuw worden georganiseerd. Daarbij zou de kazerne van Weert opnieuw een belangrijke rol krijgen.
Morgen het vervolg: oorlogsvrijwilligers voor Nederlands-Indië, de Onderofficiersschool en Koninklijke Militaire School, de sluiting van de kazerne en de opmerkelijke terugkeer van militaire oefeningen rond Weert.
In deze reeks verschenen eerder:
Tussen Heide en Garnizoen (2): Beverlo en Kaulille

Maandag 24/8 Dat had te maken met de opleiding en organisatie van Duitse militairen. Naarmate de oorlog vorderde, nam het belang van het kamp verder toe.
Na Stalingrad veranderde alles
Vooral vanaf 1943 veranderde de situatie. Na de zware Duitse verliezen aan het Oostfront, met de nederlaag bij Stalingrad als keerpunt, kampte het Duitse leger met een steeds groter tekort aan manschappen.
Nieuwe eenheden werden gevormd en jonge militairen kregen versneld een opleiding. Volgens Bogaert verschenen in Kamp Beverlo op een bepaald ogenblik duizenden jonge Duitse soldaten, onder wie jongens van amper 17 en 18 jaar.
Die massale militaire aanwezigheid bleef niet onopgemerkt. Informatie over wat in het kamp gebeurde, bereikte via het verzet ook Londen.
Daarop volgden geallieerde bombardementen. Een deel van de historische militaire infrastructuur ging daarbij verloren.
Na de bevrijding: duizenden geïnterneerden
Met het einde van de oorlog was de bewogen geschiedenis van het kamp allerminst voorbij.
Vanaf juli 1945 werd in Beverlo een interneringscentrum ingericht. Na de bevrijding werden in België tienduizenden mensen opgesloten die verdacht werden van collaboratie of daarvoor vervolgd werden.
Ook Kamp Beverlo werd daarvoor ingezet. Het Interneringscentrum Beverlo bevond zich in het oostelijke deel van het kamp, dicht bij het oefenterrein.
Volgens Bogaert verbleven er gedurende bepaalde periodes voortdurend ongeveer 3.000 tot 3.500 geïnterneerden.
Het centrum bleef bestaan tot 1950. Daarna werd het in overleg tussen Justitie en Landsverdediging ontruimd. De resterende gevangenen werden vrijgelaten of naar andere gevangenissen en instellingen overgebracht.
Wederopbouw
Na de bombardementen en de oorlogsschade moest een deel van Kamp Beverlo opnieuw worden opgebouwd. Tussen het einde van de jaren veertig en het begin van de jaren vijftig verschenen nieuwe militaire gebouwen.
Tegelijk bleef de historische structuur van het enorme domein herkenbaar. De weg tussen Hechtel en Leopoldsburg verdeelde het militaire gebied in grote lijnen in verschillende zones, met onder meer schietterreinen en oefengebieden.
De omvang van het militaire domein verklaart waarom de geschiedenis van Kamp Beverlo niet alleen een verhaal van Leopoldsburg is. Ook omliggende gemeenten werden er rechtstreeks of onrechtstreeks door beïnvloed.
Van Beverlo naar Kaulille
Voor het publiek in Bocholt was vooral het laatste gedeelte van Bogaerts uiteenzetting bijzonder herkenbaar. Hij besteedde namelijk ook aandacht aan de voormalige militaire kazerne in Kaulille.
Kort voor de Tweede Wereldoorlog werd daar een kazerne gebouwd voor de grenswielrijders. Die eenheden moesten mee instaan voor de bewaking van de Belgische grenzen en konden zich dankzij de fiets relatief snel verplaatsen.
Bij de kazerne kwamen ook woningen en andere voorzieningen.
Tijdens de Duitse bezetting kreeg de site opnieuw een militaire bestemming. Bogaert wees daarbij op de aanwezigheid van eenheden die samengesteld waren uit militairen afkomstig uit gebieden van de Sovjet-Unie en die onder Duits bevel stonden.
Nieuwe onderofficieren nodig
Na de bevrijding stond het Belgische leger voor een enorme opdracht. Niet alleen de infrastructuur moest worden hersteld, ook het militaire kader moest opnieuw worden opgebouwd.
Er was dringend behoefte aan goed opgeleide officieren en onderofficieren.
Voor de opleiding van die onderofficieren viel het oog op Kaulille. Op 19 september 1945 ging er een school voor onderofficieren van start. De kazerne vormde daarbij een tijdelijke oplossing zolang Kamp Beverlo nog niet voldoende hersteld was.
Bogaert kon tijdens zijn onderzoek putten uit bijzonder bronnenmateriaal, waaronder een privéalbum van een toenmalige officier. Zulke foto's en tekeningen geven een zeldzame inkijk in het dagelijkse leven in de Kauliller kazerne vlak na de oorlog.
Terug naar Beverlo
Lang duurde het verblijf van de onderofficierenschool in Kaulille niet. Zodra de nodige voorzieningen in Beverlo opnieuw beschikbaar waren, verhuisde de opleiding.
Begin januari 1946 was de terugkeer naar Kamp Beverlo een feit.
Daarmee was de militaire rol van Kaulille echter nog niet helemaal uitgespeeld. De gebouwen kregen nadien verschillende bestemmingen. Zo werd de site een tijdlang gebruikt als verblijf voor kinderen en kwamen er later opnieuw militairen terecht. Ook in het kader van de Belgische deelname aan de Koreaanse Oorlog speelde de militaire infrastructuur een rol.
Geschiedenis wordt opnieuw actueel
Bogaert eindigde zijn verhaal uiteindelijk opnieuw waar hij begonnen was: bij de betekenis van militaire infrastructuur.
Jarenlang leek het erop dat grote militaire domeinen zoals Kamp Beverlo steeds minder belangrijk zouden worden. Gebouwen kregen andere bestemmingen, terreinen werden afgestoten en militaire aanwezigheid werd afgebouwd.
De internationale veiligheidssituatie heeft die evolutie inmiddels omgekeerd. Oefenterreinen en kazernes krijgen opnieuw strategisch belang en investeringen in defensie nemen toe.
Dat maakt de geschiedenis die tijdens het symposium in Bocholt werd verteld opvallend actueel. Kamp Beverlo ontstond bijna twee eeuwen geleden omdat een jonge Belgische staat zich militair bedreigd voelde. Sindsdien volgden perioden van uitbreiding en afbouw elkaar op.
En tussen de heide van Leopoldsburg en de voormalige kazerne van Kaulille zijn de sporen daarvan tot vandaag terug te vinden.
In deze reeks verschenen eerder:
Tussen Heide en Garnizoen (1): Kamp Beverlo

Zondag 23/8
Leopold I legde op 21 juli 1831 de eed af als eerste koning der Belgen. Nauwelijks twee weken later, op 2 augustus, vielen Nederlandse troepen België binnen. De Tiendaagse Veldtocht maakte pijnlijk duidelijk dat het jonge land zijn leger beter moest organiseren.
Er werden verschillende grote observatie- en oefenkampen ingericht. Diest bleek daarbij minder geschikt: er was onvoldoende plaats, de inkwartiering was duur en ook de bevoorrading leverde problemen op.
Een enorme lege heide
De blik viel vervolgens op de streek van het huidige Leopoldsburg, Hechtel en Eksel. Daar strekte zich een enorme heidevlakte uit. De gronden waren goedkoop en grotendeels eigendom van de gemeenten. Van Leopoldsburg was op dat ogenblik nog geen sprake.
Voor de inrichting van het kamp werd kapitein Renard aangeduid. Een van de eerste gebouwen was een verblijf voor koning Leopold I. Rond dat centrale punt werd volgens Bogaert een cirkel met een straal van ongeveer één kilometer getrokken, waarbinnen het kamp verder werd uitgebouwd.
Wie vandaag de bosrijke omgeving van Leopoldsburg kent, kan zich het landschap van toen moeilijk voorstellen. "Er was geen enkele boom", vertelde Bogaert. Het gebied bestond voornamelijk uit heide en lage begroeiing. De bomen kwamen er later, mede door toedoen van het leger.
Het eerste kamp bestond hoofdzakelijk uit tenten en strooien barakken. Zand, wind en erosie zorgden daarbij voor heel wat ongemakken.
Op 1 augustus 1835 was het kamp klaar en konden de eerste manoeuvres beginnen.
Hendrik Conscience was erbij
Onder de militairen die in die beginperiode in Kamp Beverlo verbleven, bevond zich een naam die later tot het collectieve Vlaamse geheugen zou behoren: Hendrik Conscience. De schrijver van onder meer De Leeuw van Vlaanderen diende in zijn jonge jaren in het leger en maakte de begindagen van het kamp mee.
Volgens Bogaert zag Conscience er ook het koninklijke paviljoen. Zijn ervaringen in de militaire omgeving vonden later hun weg naar zijn literaire werk.
Vanaf 1837 begon het voorlopige tentenkamp steeds meer het uitzicht van een permanente militaire vestiging te krijgen. Er kwamen grote barakken en voorzieningen voor onder meer medische verzorging.
Het kamp werd een magneet
De aanwezigheid van duizenden militairen zorgde voor economische bedrijvigheid. Waar soldaten zijn, zijn immers ook voedsel, logement, handel, ambachtslieden en allerlei diensten nodig.
Het kamp werkte volgens Bogaert als "een magneet". Mensen kwamen naar de streek om er hun brood te verdienen en vestigden zich in de onmiddellijke omgeving. Zo ontstond geleidelijk een burgerlijke nederzetting naast het militaire kamp.
Die ontwikkeling leidde uiteindelijk tot het ontstaan van een nieuwe gemeente. In 1850 woonden er al ruim 700 mensen. Op 6 juli 1850 kreeg de nederzetting officieel de naam Bourg-Léopold, het latere Leopoldsburg.
Het militaire kamp was dus niet zomaar een buur van Leopoldsburg: zonder het kamp zou Leopoldsburg in zijn huidige vorm wellicht nooit zijn ontstaan.
Van stro naar baksteen
Intussen was ook de internationale situatie veranderd. Nederland had zich in 1839 definitief bij de Belgische onafhankelijkheid neergelegd. Het oorspronkelijke doel van de observatiekampen verdween daardoor grotendeels.
Maar Kamp Beverlo werd niet opgedoekt. Integendeel: België besloot er een permanent militair centrum van te maken.
Vanaf het midden van de 19de eeuw werden de eenvoudige barakken vervangen of aangevuld door stenen gebouwen. Er verschenen onder meer infanteriegebouwen, een militair hospitaal en een militaire bakkerij.
Een deel van dat erfgoed is vandaag verdwenen, maar enkele gebouwen herinneren nog aan die periode.
Een Belgische keizerin in Mexico
Bogaert stond ook stil bij een opvallend monument in Leopoldsburg: de herinnering aan de Belgische militaire expeditie naar Mexico.
Charlotte, dochter van Leopold I, huwde met Maximiliaan van Oostenrijk. Toen Maximiliaan keizer van Mexico werd, werd Charlotte daardoor keizerin. Het keizerlijke avontuur draaide echter uit op een drama. Belgische militairen trokken naar Mexico om het regime te ondersteunen, maar uiteindelijk stortte het keizerrijk in. Maximiliaan werd in 1867 geëxecuteerd. Aan de expeditie herinnert in Leopoldsburg nog altijd een monument aan de Hechtelsesteenweg.
Een ander bekend monument is het standbeeld van generaal Pierre Chazal, die onder meer tweemaal minister van Oorlog was. Het beeld werd in 1908 opgericht en doorstond beide wereldoorlogen.
1913: een cruciaal jaar
Volgens Bogaert was 1913 een bijzonder belangrijk jaar voor Kamp Beverlo. De internationale spanningen namen toe en België investeerde fors in zijn leger.
Ook in Beverlo werd in snel tempo gebouwd. Het kamp was daardoor bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog moderner dan ooit.
Op 4 augustus 1914 vielen de Duitse troepen België binnen. Zij kregen in Leopoldsburg een groot militair complex in handen waarvan sommige gebouwen nauwelijks voltooid waren.
Tijdens de Duitse bezetting werd Kamp Beverlo intensief gebruikt. Vanaf 1916 werden er ook Russische krijgsgevangenen ondergebracht.
Tanks en 115 kilometer smalspoor
Na de Eerste Wereldoorlog volgde opnieuw een belangrijke bloeiperiode. Het Belgische leger moderniseerde en Kamp Beverlo speelde daarin een centrale rol.
De eerste tanks verschenen op het terrein. Daarnaast werd een indrukwekkend netwerk van smalspoor aangelegd. Volgens Bogaert ging het uiteindelijk om ongeveer 115 kilometer spoor.
Daarvoor werd onder meer Duits spoorwegmateriaal gebruikt dat België na de Eerste Wereldoorlog in handen had gekregen. Wissels, draaiplaten en andere onderdelen kregen zo een tweede leven op de Kempense militaire terreinen.
Het kamp dat in 1835 nog uit tenten en strooien barakken bestond, was daarmee in minder dan een eeuw uitgegroeid tot een omvangrijk en modern militair complex.
Maar amper twee decennia later zouden opnieuw Duitse militairen door de poorten van Kamp Beverlo trekken.
Morgen in deel 2: de Duitse bezetting, het bombardement op Kamp Beverlo, duizenden geïnterneerden na de oorlog en de opmerkelijke militaire geschiedenis van Kaulille.
Van legerkamp naar opvang en weer terug

Zaterdag 22/8
Militaire sites ontstaan niet toevallig. Ze zijn het antwoord op de internationale situatie van hun tijd. Wanneer de dreiging toeneemt, worden kazernes gebouwd, oefenterreinen uitgebreid en militaire infrastructuur uitgebouwd. Verandert de geopolitieke situatie, dan volgt vaak het omgekeerde. Terreinen worden verkleind, kazernes gesloten of krijgen een andere bestemming.
Van militair terrein naar opvanglocatie
Op verschillende plaatsen in de verhalen die vrijdag werden verteld, kwam vervolgens een opmerkelijke tussentijdse bestemming terug: opvang. Sites die ooit waren ingericht voor militairen, kregen na de afbouw van de militaire activiteiten een maatschappelijke functie, onder meer voor de opvang van asielzoekers.
Daarmee veranderde niet alleen de bestemming van de gebouwen en terreinen, maar ook de betekenis ervan voor de lokale bevolking. Een kazerne of legerkamp dat decennialang verbonden was met soldaten en oefeningen, werd plots een plaats waar mensen terechtkwamen die op de vlucht waren voor oorlog en geweld.
En vandaag lijkt de geschiedenis opnieuw een andere richting uit te bewegen.
De slinger beweegt opnieuw
Door de oorlog in Oekraïne, de toenemende internationale spanningen en de gewijzigde veiligheidscontext wordt opnieuw geïnvesteerd in defensie. Militaire oefenterreinen komen weer nadrukkelijk in beeld, infrastructuur wordt uitgebreid en voormalige militaire sites krijgen opnieuw aandacht.
Dat maakt de geschiedenis die tijdens het symposium werd verteld bijzonder actueel. De militaire aanwezigheid in de grensstreek blijkt geen afgesloten hoofdstuk, maar eerder een geschiedenis die in beweging blijft.
Van de opbouw van militaire sites, over de wereldconflicten en de daaropvolgende afbouw, via nieuwe maatschappelijke bestemmingen zoals opvang, naar een hernieuwde uitbouw van militaire activiteiten: die beweging vormt de rode draad door verschillende van de vier verhalen die vrijdag in Bocholt werden gebracht.
De komende dagen brengen we op Internetgazet Bocholt elk van de vier bijdragen afzonderlijk. We bekijken daarbij telkens niet alleen wat er op de betreffende militaire site gebeurde, maar ook hoe die geschiedenis past binnen de bredere ontwikkeling van de grensstreek.
Want de vraag die zich na deze symposiumdag opdringt, is misschien wel: hoe ziet de volgende fase eruit voor plaatsen die hun geschiedenis telkens opnieuw aan de veranderende wereld hebben moeten aanpassen?
Het symposium werd georganiseerd door De Aldenborgh Weert, kring Weert van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap en de heemkundevereniging van Bocholt.
OKRA Reppel fietst 108 kilometer naar Valkenburg

Vrijdag 21/8 Elf fietsers van OKRA Reppel trokken dinsdag richting Valkenburg. Door de regen werd het vertrek met een halfuur uitgesteld, maar dat hield de groep niet tegen om de tocht van 108 kilometer aan te vatten.
Onderweg maakten de fietsers een tussenstop aan de brug van Kotem. Daar staat sinds 1977 een Buffalo Mark IV als herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Het militaire voertuig werd destijds uit de Maas gehaald en kreeg er een permanente plaats.
In Valkenburg bezocht de groep de historische Geulpoort en genoot ze van de omgeving en de gezellige sfeer in de stad. Ondanks de natte start kijkt OKRA Reppel terug op een mooie en aangename fietsdag.
(Jos Vrolix)